Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Leviticus 11
Reine en onreine dieren
Dieren op het land
De HEERE sprak tegen Mozes en Aäron:
Zeg tegen de Israëlieten: Dit zijn de dieren die jullie mogen eten van alle dieren die op het land leven.
Jullie mogen alle dieren eten die herkauwen en hoeven hebben die helemaal in tweeën zijn gespleten.
Maar dieren die alleen herkauwen of alleen gespleten hoeven hebben, mogen jullie niet eten.
De kameel herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven.
Daarom is hij voor jullie onrein.
De kameel herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven.
Daarom is hij voor jullie onrein.
Ook de klipdas herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven.
Daarom is hij voor jullie onrein.
Daarom is hij voor jullie onrein.
De haas herkauwt wel, maar heeft geen gespleten hoeven.
Daarom is hij voor jullie onrein.
Daarom is hij voor jullie onrein.
Het varken heeft wel hoeven die helemaal in tweeën zijn gespleten, maar herkauwt niet.
Daarom is het voor jullie onrein.
Daarom is het voor jullie onrein.
Jullie mogen hun vlees niet eten en hun kadavers niet aanraken.
Ze zijn voor jullie onrein.
Ze zijn voor jullie onrein.
Dieren in het water
Van alle dieren die in zeeën en rivieren leven, mogen jullie alles eten wat zowel vinnen als schubben heeft.
Alles wat in zeeën en rivieren wemelt of leeft en geen vinnen en schubben heeft, moeten jullie verafschuwen.
Jullie moeten ze verafschuwen.
Eet hun vlees niet en heb een afkeer van hun kadavers.
Eet hun vlees niet en heb een afkeer van hun kadavers.
Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, moeten jullie verafschuwen.
Gevleugelde dieren
Van de gevleugelde dieren moeten jullie de volgende verafschuwen en niet eten: de adelaar, de havik en de zeearend.
Dat geldt ook voor de gier en alle soorten kraaien.
Ook alle soorten raven vallen hieronder.
Dat geldt verder voor de struisvogel, de nachtuil, de koekoek en alle soorten sperwers.
Ook de steenuil, de visarend en de ransuil vallen hieronder.
Hetzelfde geldt voor de kauw, de roerdomp en de pelikaan.
Ook de ooievaar, alle soorten reigers, de hop en de vleermuis mogen jullie niet eten.
Gevleugelde insecten
Alle gevleugelde insecten die op vier poten lopen, moeten jullie verafschuwen.
Van de gevleugelde insecten die op vier poten lopen, mogen jullie eten wat springpoten heeft om over de grond te springen.
Daaronder vallen de sprinkhaan, de solham, de hargol en de hagab, elk met al zijn soorten.
Alle andere gevleugelde insecten met vier poten moeten jullie verafschuwen.
Onrein door kadavers
Door deze dieren worden jullie onrein.
Wie een kadaver daarvan aanraakt, is tot de avond onrein.
Wie een kadaver daarvan aanraakt, is tot de avond onrein.
Wie iets van zo'n kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is tot de avond onrein.
Elk dier dat wel verdeelde hoeven heeft, maar geen volledig gespleten hoeven en niet herkauwt, is voor jullie onrein.
Wie het kadaver aanraakt, wordt onrein.
Wie het kadaver aanraakt, wordt onrein.
Alle viervoetige dieren die op hun voetzolen lopen, zijn voor jullie onrein.
Wie hun kadaver aanraakt, is tot de avond onrein.
Wie hun kadaver aanraakt, is tot de avond onrein.
Wie iets van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is tot de avond onrein.
Deze dieren zijn voor jullie onrein.
Deze dieren zijn voor jullie onrein.
Kruipende dieren en voorwerpen
Van de dieren die over de grond kruipen, zijn deze voor jullie onrein: de wezel, de muis en alle soorten schildpadden.
Dat geldt ook voor de zwijnegel, de krokodil, de hagedis, de slak en de mol.
Deze dieren zijn voor jullie onrein.
Wie een dood exemplaar aanraakt, is tot de avond onrein.
Wie een dood exemplaar aanraakt, is tot de avond onrein.
Als één van deze dieren dood op een voorwerp valt, wordt dat voorwerp onrein.
Dat geldt voor een houten gebruiksvoorwerp, kledingstuk, huid, zak of elk ander gebruiksvoorwerp.
Leg het in water.
Het blijft tot de avond onrein en is daarna weer rein.
Dat geldt voor een houten gebruiksvoorwerp, kledingstuk, huid, zak of elk ander gebruiksvoorwerp.
Leg het in water.
Het blijft tot de avond onrein en is daarna weer rein.
Valt zo'n dood dier in een aardewerken pot, dan wordt alles wat erin zit onrein.
Jullie moeten de pot breken.
Jullie moeten de pot breken.
Al het voedsel waarop water komt, wordt onrein.
Ook iedere drank in een daardoor onrein geworden vat wordt onrein.
Ook iedere drank in een daardoor onrein geworden vat wordt onrein.
Alles waarop zo'n kadaver valt, wordt onrein.
Een oven of aardewerken pan moet worden gebroken.
Ze zijn voor jullie onrein.
Een oven of aardewerken pan moet worden gebroken.
Ze zijn voor jullie onrein.
Een bron of waterput blijft echter rein.
Maar wie het kadaver aanraakt, wordt onrein.
Maar wie het kadaver aanraakt, wordt onrein.
Valt zo'n kadaver op zaad dat gezaaid wordt, dan blijft het zaad rein.
Is er water op het zaad gegoten en valt er zo'n kadaver op, dan is het zaad voor jullie onrein.
Kadavers van eetbare dieren
Als een dier dat jullie mogen eten sterft, is iemand die het kadaver aanraakt tot de avond onrein.
Wie van het kadaver eet, moet zijn kleren wassen en is tot de avond onrein.
Ook wie iets van het kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is tot de avond onrein.
Ook wie iets van het kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is tot de avond onrein.
Heilig leven
Alle dieren die over de grond kruipen, moeten jullie verafschuwen en mogen niet worden gegeten.
Eet geen enkel kruipend dier dat zich over de grond beweegt, of het nu op zijn buik, vier poten of veel poten gaat.
Jullie moeten ze verafschuwen.
Jullie moeten ze verafschuwen.
Maak jezelf niet afschuwelijk door een kruipend dier.
Verontreinig jezelf er niet mee, want daardoor word je onrein.
Verontreinig jezelf er niet mee, want daardoor word je onrein.
Want ik ben de HEERE, jullie God.
Wijd jullie daarom aan mij toe en leef heilig, want ik ben heilig.
Verontreinig jullie niet met een dier dat zich over de grond beweegt.
Wijd jullie daarom aan mij toe en leef heilig, want ik ben heilig.
Verontreinig jullie niet met een dier dat zich over de grond beweegt.
Want ik ben de HEERE, die jullie uit Egypte heeft geleid om jullie God te zijn.
Wees dus heilig, want ik ben heilig.
Wees dus heilig, want ik ben heilig.
Samenvatting
Dit zijn de regels over landdieren, gevleugelde dieren, elk levend wezen in het water en elk dier dat over de grond kruipt.
Zo kunnen jullie onderscheid maken tussen onrein en rein en tussen dieren die wel en niet gegeten mogen worden.