Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

Jubileeën 20

Abraham waarschuwt zijn nakomelingen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Abrahams laatste woorden aan zijn zonen
In het eerste jaar van de zevende jaarweek van het tweeënveertigste jubeljaar riep Abraham Ismaël en zijn twaalf zonen bij zich, en Izak en zijn twee zonen, en de zes zonen van Ketura met hun kinderen.
Hij droeg hun op de weg van God te volgen en te doen wat rechtvaardig is.
Ze moesten elkaar liefhebben en zich zo tegenover iedereen gedragen: met elkaar optrekken en recht en gerechtigheid doen op aarde.
Ze moesten hun zonen besnijden volgens het verbond dat Hij met hen had gesloten.
Ze mochten niet naar rechts of naar links afwijken van de wegen die God ons heeft opgedragen.
We moesten ons bewaren voor alle ontucht en onreinheid, en alle onreinheid en ontucht bij ons wegdoen.
Als een vrouw of een meisje bij jullie ontucht pleegt, verbrand haar dan.
Laat niemand ontucht plegen door zijn ogen en zijn hart te volgen en een vrouw te nemen uit de dochters van Kanaän, want de nakomelingen van Kanaän zullen uit het land worden uitgeroeid.

Hij vertelde hun hoe de reuzen en Sodom werden geoordeeld om hun slechtheid, om ontucht, onreinheid en onderling verderf: door ontucht kwamen ze om.
Bewaar ook jullie je voor alle ontucht en onreinheid en voor alle besmetting van de zonde.
Anders maken jullie onze naam tot een vloek en jullie hele leven tot spot, en worden al jullie zonen door het zwaard gedood.
Dan worden jullie vervloekt zoals Sodom, en wordt wat er van jullie overblijft zoals de zonen van Gomorra.

Ik roep jullie op, mijn zonen: heb de God van de hemel lief en houd je aan al Zijn geboden.
Loop niet achter hun afgoden en hun onreinheid aan.

Maak geen gegoten goden of gesneden beelden, want ze zijn niets waard.
Aanbid de allerhoogste God en buig je steeds voor Hem neer.
Zoek Hem altijd, en doe wat rechtvaardig en oprecht is voor Hem.
Dan zal Hij vreugde in jullie hebben, jullie Zijn barmhartigheid geven en regen voor jullie laten vallen, 's morgens en 's avonds.

Jullie zullen een zegen zijn op aarde, en alle volken op aarde zullen blij met jullie zijn.
De zonen van Ismaël en Ketura trekken weg
Hij gaf Ismaël, zijn zonen en de zonen van Ketura geschenken en stuurde hen weg bij zijn zoon Izak.
Alles wat hij bezat, gaf hij aan zijn zoon Izak.
Ismaël en zijn zonen, en de zonen van Ketura met hun kinderen, trokken samen weg.
Ze woonden van Paran tot aan de grens van Babel, in het hele land in het oosten, tegenover de woestijn.
Ze vermengden zich met elkaar, en ze werden Arabieren en Ismaëlieten genoemd.

Download hoofdstuk als tekstbestand