Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jozua 17

Het erfdeel van Manasse

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De families van Manasse
Ook de stam Manasse kreeg een lot, want Manasse was de eerstgeborene van Jozef.
Machir, de eerstgeborene van Manasse en de vader van Gilead, had Gilead en Basan gekregen, want hij was een strijder.
Ook de andere nakomelingen van Manasse kregen een lot, verdeeld naar hun families.
Het ging om de families van Abiëzer, Helek, Asriël, Sechem, Hefer en Semida.
Dit waren de mannelijke nakomelingen van Manasse, de zoon van Jozef, verdeeld naar hun families.
Zelafead, de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, had geen zonen, maar alleen dochters.
Zijn dochters heetten Machla, Noa, Hogla, Milka en Tirza.
Zij gingen naar de priester Eleazar, naar Jozua, de zoon van Nun, en naar de leiders.
Zij zeiden: De HEERE heeft Mozes opgedragen ons een erfdeel te geven tussen onze broers.
Daarom gaf Jozua hun, op bevel van de HEERE, een erfdeel tussen de broers van hun vader.
Zo kreeg Manasse tien delen, naast het land Gilead en Basan aan de overkant van de Jordaan.
Want de dochters van Manasse kregen een erfdeel tussen zijn zonen.
Het land Gilead was voor de andere nakomelingen van Manasse.
Het gebied van Manasse
Het gebied van Manasse liep van Aser tot Michmetath, tegenover Sichem.
Daarna liep de grens naar het zuiden, naar de inwoners van En-Tappuah.
Het land rond Tappuah was van Manasse, maar de stad Tappuah zelf, aan de grens van Manasse, was van de nakomelingen van Efraïm.
Daarna daalde de grens af naar de beek Kana, ten zuiden van de beek.
De steden daar waren van Efraïm, hoewel ze tussen de steden van Manasse lagen.
De grens van Manasse liep aan de noordkant van de beek en eindigde bij de zee.
Het zuiden was van Efraïm en het noorden van Manasse, met de zee als grens.
In het noorden grensden zij aan Aser en in het oosten aan Issaschar.
In Issaschar en Aser had Manasse Beth-Sean en Jibleam, met de plaatsen eromheen.
Het had ook de inwoners van Dor, En-Dor, Taänach en Megiddo, met de plaatsen eromheen.
Het waren drie heuvelstreken.
Maar de nakomelingen van Manasse konden de bewoners van die steden niet verdrijven, want de Kanaänieten wilden in dat land blijven wonen.
Toen de Israëlieten sterker werden, legden zij de Kanaänieten dwangarbeid op.
Maar zij verdreven hen niet helemaal.
Meer land voor Jozef
De nakomelingen van Jozef zeiden tegen Jozua: Waarom hebt u mij maar één lot en één deel als erfdeel gegeven?
Ik ben toch een groot volk, want de HEERE heeft mij tot nu toe zo gezegend.

Jozua zei tegen hen: Als jullie zo'n groot volk zijn, trek dan naar het bos.
Kap daar ruimte voor jezelf in het land van de Ferezieten en de Refaïeten, omdat het bergland van Efraïm jullie te klein is.

De nakomelingen van Jozef zeiden: Het bergland is niet genoeg voor ons.
En alle Kanaänieten die in de vlakte wonen, hebben ijzeren wagens.
Dat geldt voor die in Beth-Sean en de plaatsen eromheen, en voor die in het dal van Jizreël.

Jozua zei tegen het huis van Jozef, tegen Efraïm en Manasse: Jullie zijn een groot volk en hebben veel kracht.
Jullie krijgen niet maar één lot.

Het bergland zal van jullie zijn.
Het is een bos, maar kap het, dan wordt het tot aan de randen van jullie.
Want jullie zullen de Kanaänieten verdrijven, ook al hebben zij ijzeren wagens en zijn zij sterk.

Download hoofdstuk als tekstbestand