Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Johannes 10

Jezus, de goede herder

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De herder en zijn schapen
Luister goed, ik verzeker jullie: wie niet door de deur de schaapskooi binnengaat, maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief en rover.
Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen.
De deurwachter doet voor hem open.
De schapen luisteren naar zijn stem.
Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.

Wanneer hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, loopt hij voor ze uit.
De schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen.

Een vreemde zullen ze beslist niet volgen.
Ze vluchten voor hem weg, omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.

Jezus vertelde hun deze beeldspraak, maar zij begrepen niet wat Hij ermee bedoelde.
Jezus is de deur en de goede herder
Daarom zei Jezus opnieuw: Luister goed, ik verzeker jullie: Ik ben de deur voor de schapen.
Iedereen die vóór mij gekomen is, was een dief en rover.
Maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.

Ik ben de deur.
Als iemand door mij naar binnen gaat, zal hij gered worden.
Hij zal vrij in- en uitgaan en weide vinden.

De dief komt alleen om te stelen, te doden en te vernietigen.
Ik ben gekomen zodat zij leven hebben, en wel in overvloed.

Ik ben de goede herder.
Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.

Een huurling is geen herder, en de schapen zijn niet van hem.
Als hij de wolf ziet komen, laat hij ze achter en vlucht.
De wolf grijpt de schapen en jaagt ze uiteen.

Hij vlucht omdat hij een huurling is en niet om de schapen geeft.
Ik ben de goede herder.
Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij.

Zoals de Vader mij kent, ken ik de Vader.
Ik geef mijn leven voor de schapen.

Ik heb nog andere schapen, die niet bij deze schaapskooi horen.
Ook die moet ik bij de kudde brengen.
Ze zullen naar mijn stem luisteren.
Dan zal er één kudde zijn met één herder.

Daarom heeft de Vader mij lief: ik leg mijn leven af om het daarna weer aan te nemen.
Niemand neemt mijn leven van mij af; ik leg het vrijwillig af.
Ik heb de macht mijn leven af te leggen en het weer aan te nemen.
Dit gebod heb ik van mijn Vader ontvangen.

Verdeeldheid onder de Joden
Door deze woorden ontstond er opnieuw verdeeldheid onder de Joden.
Veel van hen zeiden: Hij is door een demon bezeten en krankzinnig!
Waarom luisteren jullie naar Hem?

Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden van iemand die bezeten is.
Kan een demon soms de ogen van blinden openen?

Jezus en de Vader zijn één
In Jeruzalem werd het feest van de vernieuwing van de tempel gevierd.
Het was winter.
Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo.
De Joden omsingelden Hem en vroegen: Hoe lang laat U ons in onzekerheid?
Als U de Christus bent, zeg het ons dan duidelijk.

Jezus antwoordde: Ik heb het jullie gezegd, maar jullie geloven niet.
De werken die ik in de naam van mijn Vader doe, getuigen over mij.

Maar jullie geloven niet, omdat jullie niet bij mijn schapen horen, zoals ik jullie gezegd heb.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem.
Ik ken ze en zij volgen mij.

Ik geef hun eeuwig leven.
Ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand rukken.

Mijn Vader, die hen aan mij gegeven heeft, staat boven iedereen.
Niemand kan hen uit de hand van mijn Vader rukken.

Ik en de Vader zijn één.
Beschuldigd van godslastering
Toen pakten de Joden opnieuw stenen om Hem te stenigen.
Jezus vroeg hun: Ik heb jullie veel goede werken van mijn Vader laten zien.
Om welk van die werken willen jullie mij stenigen?

De Joden antwoordden: Wij stenigen U niet om een goed werk, maar om godslastering.
U bent een mens, maar U maakt uzelf tot God.

Jezus antwoordde: Staat er in jullie wet niet geschreven: Ik heb gezegd: jullie zijn goden?
De wet noemde hen dus goden, tot wie Gods woord kwam.
En de Schrift kan niet ongeldig worden gemaakt.

De Vader heeft mij geheiligd en naar de wereld gestuurd.
Waarom zeggen jullie tegen mij: U lastert God, omdat ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?

Als ik de werken van mijn Vader niet doe, geloof mij dan niet.
Maar als ik ze wel doe, geloof dan de werken, ook als jullie mij niet geloven.
Dan zullen jullie erkennen en geloven dat de Vader in mij is en ik in Hem.

Toen probeerden ze Hem opnieuw te grijpen, maar Hij wist aan hen te ontkomen.
Veel mensen geloven in Jezus
Hij ging weer naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerst doopte.
Daar bleef Hij.
Veel mensen kwamen naar Hem toe en zeiden: Johannes heeft geen enkel teken gedaan.
Maar alles wat Johannes over deze man zei, was waar.

Daar kwamen veel mensen tot geloof in Hem.

Download hoofdstuk als tekstbestand