Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Jezus Sirach 49
Josia en de mannen van vroeger
Josia
De herinnering aan Josia is als een mengsel van reukwerk, bereid door de kunst van de apotheker.
Zij is zoet als honing in ieders mond en als muziek bij een feestmaal.
Hij pakte het goed aan toen het volk zich bekeerde, en hij ruimde de gruwelen van het onrecht op.
Hij richtte zijn hart op de Heere.
In de dagen van wie onrecht deden, maakte hij het ontzag voor God sterk.
In de dagen van wie onrecht deden, maakte hij het ontzag voor God sterk.
Behalve David, Hizkia en Josia hebben zij allemaal misdaden begaan.
Want zij hebben de wet van de Allerhoogste verlaten.
De koningen van Juda zijn bezweken.
De koningen van Juda zijn bezweken.
Daarom gaf Hij hun troon aan anderen en hun eer aan een vreemd volk.
Jeremia en Ezechiël
Die hebben de uitverkoren heilige stad verbrand en haar straten verwoest, zoals Jeremia gezegd had.
Want zij hebben hem slecht behandeld, terwijl hij al in de buik van zijn moeder tot profeet geheiligd was: om uit te rukken, af te breken en te verwoesten, en evengoed om te bouwen en te planten.
Ezechiël is het die een prachtig visioen zag, dat de Heere hem liet zien op de wagen van de cherubs.
Want Hij dacht ook aan de vijanden in de stortregen, en Hij hielp wie hun wegen recht maakten.
Laat ook de herinnering aan de twaalf profeten een zegen zijn.
Zerubbabel, Jesua en Nehemia
Hoe kunnen wij Zerubbabel genoeg prijzen!
Want hij was als een zegelring aan de rechterhand.
Want hij was als een zegelring aan de rechterhand.
En zo ook Jesua, de zoon van Josadak, die in hun dagen het huis weer opbouwden en de heilige tempel oprichtten, die voor de Heere klaargemaakt werd tot een eeuwige eer.
Bij de uitverkorenen hoorde ook Nehemia, over wie men vaak vertelt, die onze vervallen muren opbouwde, de poorten met hun grendels plaatste en de vloeren van onze huizen herstelde.
Vanaf het begin
Zo iemand als Henoch is er op aarde niet geschapen, want hij werd van de aarde weggenomen.
En er is geen man geweest als Jozef, een leider van zijn broers,
een steun voor het volk.
En de Heere heeft naar zijn gebeente omgezien.
En de Heere heeft naar zijn gebeente omgezien.
Sem en Set kregen eer onder de mensen, en Adam boven alles in de schepping.