Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Jezus Sirach 45

Mozes, Aäron en Pinehas

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Mozes
En dat was Mozes, geliefd bij God en bij de mensen.
De herinnering aan hem is een zegen.
De Heere maakte hem zo eervol als de heiligen en maakte hem groot doordat zijn vijanden ontzag voor hem kregen.
Door zijn woorden liet Hij de plagen ophouden, en Hij gaf hem eer voor het oog van koningen.
Hij gaf hem opdrachten voor Zijn volk en liet hem Zijn heerlijkheid zien.
Om zijn geloof en zijn zachtmoedigheid heiligde Hij hem.
Hij koos hem uit alle mensen uit.
Hij liet hem Zijn stem horen en bracht hem het donker binnen.
Van aangezicht tot aangezicht gaf Hij hem Zijn geboden, de wet van het leven en de kennis.
Zo leerde Mozes Jakob het verbond en Israël Zijn rechten.
Aäron en zijn priesterkleding
Aäron, zijn broer, uit de stam van Levi, heeft Hij verhoogd, zodat hij heilig zou zijn en aan Mozes gelijk.
Hij sloot met hem een eeuwig verbond en gaf hem het priesterschap onder Zijn volk, en Hij eerde hem met een prachtig sieraad.
Hij omgordde hem met een schitterend gewaad, trok hem volle luister aan en maakte hem sterk met uitrusting van kracht:
met de onderkleding, het lange gewaad en de priesterrok,
en Hij hing er rondom granaatappels aan en heel veel gouden belletjes, zodat het klonk wanneer hij liep, en zodat men het geluid in de tempel kon horen als een herinnering voor de kinderen van zijn volk.
Met een heilig gewaad van goud, blauwpurper en roodpurper, het werk van een borduurwerker, met de borstlap van het oordeel, waarin de openbare tekenen van de waarheid zaten,
gemaakt van getwijnd scharlaken zijde, met veel kunst bewerkt, met kostbare stenen die als een zegel in goud gevat waren, het werk van een graveerder.
Daarin stond, gegraveerd als een herinnering, het getal van de kinderen van Israël.
Hij versierde hem met een gouden kroon boven op de tulband, een ingedrukt zegel van heiligheid, een prachtige eer, machtig werk, een lust voor het oog, een mooi sieraad.
Vóór hem was zoiets er nooit geweest,
en niemand uit een ander geslacht heeft deze kleren ooit gedragen, alleen zijn zonen en wie ooit uit hem geboren werden.
Hun offers werden elke dag tweemaal helemaal verbrand.
Het eeuwige verbond met Aäron
Mozes gaf hem zijn ambt en zalfde hem met heilige olie.
Dit werd voor hem een eeuwig verbond, en voor zijn nageslacht zolang de hemel dagen telt: om Zijn dienst waar te nemen, het priesterschap uit te oefenen en het volk in Zijn naam te zegenen.
Uit alle mensen koos Hij hem uit om de Heere offers te brengen, reukwerk en geurige rook als gedachtenis, om verzoening te doen voor het volk.
Hij gaf hem Zijn geboden en macht over de rechtsregels, om Jakob Zijn getuigenissen te leren en Israël door Zijn wet te verlichten.
Vreemden kwamen tegen hem in opstand en waren jaloers op hem in de woestijn: mannen die het met Dathan en Abiram hielden, en de groep van Korach, vol woede en drift.
Maar de Heere zag het en het beviel Hem niet, en zij werden vernietigd door Zijn brandende toorn.
Hij deed aan hen wonderen en verteerde hen met vlammend vuur.
Hij maakte de eer van Aäron nog groter en gaf hem een erfdeel: het eerste van de eerste opbrengst gaf Hij hem als deel.
Vooral bereidde Hij hem brood in overvloed, want zij eten van de offers van de Heere, die Hij aan hem en zijn nageslacht gegeven heeft.
Maar in het land van het volk had hij geen erfdeel en kreeg hij geen deel onder het volk, want Hij Zelf was het deel van zijn erfenis.
Pinehas
En Pinehas, de zoon van Eleazar, is de derde in eer, omdat hij zich met hart en ziel had ingezet uit ontzag voor de Heere,
en omdat hij stand hield toen het volk afviel, met een goede instelling van zijn hart, en verzoening deed voor Israël.
Daarom sloot de Heere met hem en zijn volk een verbond van vrede: dat hij zou opkomen voor de heilige dingen, en dat hij en zijn nageslacht voor altijd de grote eer van het priesterschap zouden hebben.
En zoals volgens het verbond met David een zoon uit de stam van Juda het koningschap erft en het van de ene zoon alleen op de andere overgaat, zo is het erfdeel van het priesterschap toegewezen aan Aäron en zijn nageslacht.
Moge Hij jullie wijsheid in je hart geven om Zijn volk rechtvaardig te besturen, zodat hun goede dingen niet verdwijnen, en moge Hij Zijn heerlijkheid in hun generaties leggen.

Download hoofdstuk als tekstbestand