Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Jezus Sirach 40

Het zware juk van de mens

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Onrust van de wieg tot het graf
Voor ieder mens is er grote onrust gemaakt en een zwaar juk voor de kinderen van Adam, vanaf de dag dat zij uit het lichaam van hun moeder komen tot de dag dat zij terugkeren in de moeder van ons allemaal.
In hun gedachten en in de angst van hun hart zit altijd de gedachte aan wat hun te wachten staat: de dag van hun dood.
Bij wie op een prachtige troon zit net zo goed als bij wie vernederd in stof en as zit.
Bij wie een purperen mantel en een kroon draagt net zo goed als bij wie in grof linnen loopt.
Hij krijgt te maken met woede, jaloezie, onrust en opwinding, met doodsangst, haat en ruzie.
En wanneer het tijd is om in bed te rusten, keert de slaap van de nacht zijn gedachten om.
Hij heeft weinig rust, bijna geen, en daarna slaapt hij alsof hij op wacht staat.
Hij schrikt op van wat zijn hart hem laat zien, als iemand die uit de oorlog gevlucht is.
En als hij wakker wordt op het moment dat hij veilig is, is hij verbaasd dat hij voor niets bang geweest is.
Zo gaat het met alles wat leeft, van de mens tot het vee, maar bij wie zondigen komt dit alles zevenvoudig.
Dood en ruzie, zwaard en bloed, honger, verwoesting en de gesel: dit alles is geschapen tegen de goddelozen, en om hen is de zondvloed gekomen.
Alles keert terug naar waar het vandaan komt
Alles wat uit de aarde komt, keert terug naar de aarde, en alles wat uit het water komt, gaat terug naar de zee.
Elke steekpenning en elk onrecht zal uitgewist worden, maar trouw blijft voor eeuwig bestaan.
Het bezit van wie onrecht doen, zal opdrogen als een beek, en als een zware donderbui zal God ertegen dreunen.
Als Hij Zijn handen opent, wordt de rechtvaardige blij, terwijl wie overtreden tot op de bodem worden weggevaagd.
De nakomelingen van goddelozen zullen weinig takken krijgen, want hun onreine wortels liggen op een steile rots.
Hun groen aan elk water en aan elke oever van een beek zal als eerste worden uitgetrokken.
Goeddoen is als een tuin vol zegen, en een aalmoes blijft voor altijd.
Het leven van wie tevreden is met wat hij heeft en van wie werkt, is prettig, maar wie een schat vindt, gaat allebei te boven.
Maar het ontzag voor de Heere meer dan beide
Kinderen en het bouwen van een stad houden je naam overeind.
Wijn en muziek maken je hart blij, maar de liefde voor wijsheid meer dan allebei.
De fluit en het snarenspel geven een mooie klank, maar een vriendelijke tong meer dan allebei.
Het oog geniet van wat mooi en prettig is, maar van het groen van het gewas meer dan van allebei.
Een vriend en zijn kameraad komen elkaar op het juiste moment tegemoet, maar een vrouw met haar man meer dan allebei.
Broers en hulp zijn goed in de tijd van nood, maar een aalmoes redt meer dan allebei.
Goud en zilver zetten je voet vast, maar goede raad geldt meer dan allebei.
Geld en kracht maken je hart moedig, maar ontzag voor de Heere meer dan allebei.
In het ontzag voor de Heere ontbreekt niets, en wie het heeft, hoeft geen hulp te zoeken.
Ontzag voor de Heere is als een gezegende tuin, en het overdekt je met meer eer dan wat ook.
Leef geen bedelaarsleven
Mijn kind, leef geen bedelaarsleven.
Het is beter te sterven dan te bedelen.
Wie naar de tafel van een ander kijkt, heeft geen leven dat die naam verdient.
Hij maakt zichzelf vuil met andermans eten.
Maar een verstandig mens die goed is opgevoed, houdt zich daarvan verre.
In de mond van wie geen schaamte kent, smaakt het bedelen zoet, maar in zijn buik zal een vuur gaan branden.

Download hoofdstuk als tekstbestand