Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Jezus Sirach 17
De mens uit aarde geschapen
Wat God de mens gegeven heeft
De Heere heeft de mens uit aarde geschapen, en Hij laat hem daarin terugkeren.
Hij heeft hun een aantal dagen gegeven en een vaste tijd, en Hij heeft hun macht gegeven over wat op de aarde is.
Hij heeft hen met kracht bekleed naar hun aard, en Hij heeft hen naar Zijn beeld gemaakt.
Hij heeft ontzag voor hen gelegd op alles wat leeft, en gegeven dat de mens naar Zijn gelijkenis zou heersen over de dieren en de vogels.
En als zesde heeft Hij hun het verstand geschonken, toen Hij Zijn gaven uitdeelde, en als zevende de spraak, die Zijn werken uitlegt.
Hij heeft hun overleg gegeven en een tong en ogen en oren en een hart om na te denken.
Met kennis en verstand heeft Hij hen vervuld, en Hij heeft hun laten zien wat goed en kwaad is.
Met kennis en verstand heeft Hij hen vervuld, en Hij heeft hun laten zien wat goed en kwaad is.
Hij heeft Zijn ogen op hun hart gelegd.
Hij heeft hun gegeven dat zij zich voor altijd in Zijn wonderen mogen verheugen, zodat zij Zijn werken verstandig zouden navertellen.
Hij heeft hun gegeven dat zij zich voor altijd in Zijn wonderen mogen verheugen, zodat zij Zijn werken verstandig zouden navertellen.
En de uitverkorenen zullen Zijn heilige naam prijzen.
Hij heeft hun daarbij kennis gegeven en hun de wet van het leven als erfdeel gegeven, zodat zij zouden begrijpen dat zij nu sterfelijk zijn.
Hij heeft een eeuwig verbond met hen gesloten en hun Zijn oordelen laten zien.
Hun ogen hebben Zijn heerlijke majesteit gezien en hun oor heeft de heerlijkheid van Zijn stem gehoord.
En Hij heeft tegen hen gezegd:
En Hij heeft tegen hen gezegd:
Pas op voor alle onrecht.
En Hij heeft hun geboden gegeven, ieder over zijn naaste.
En Hij heeft hun geboden gegeven, ieder over zijn naaste.
God kent hun wegen
Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor Zijn ogen, want zij liggen altijd voor Hem.
Maar ieder mens is van jongs af aan geneigd tot het kwade, en zij hebben hun hart van steen niet in een hart van vlees kunnen veranderen.
Maar ieder mens is van jongs af aan geneigd tot het kwade, en zij hebben hun hart van steen niet in een hart van vlees kunnen veranderen.
Want toen Hij de volken over de hele aarde verdeelde, heeft Hij over elk volk een leider aangesteld.
Maar Israël nam Hij als Zijn eigen deel.
Dat is Zijn eerstgeborene, dat Hij met tucht opvoedt, en Hij deelt hem het licht van de liefde mee en laat hem niet in de steek.
Maar Israël nam Hij als Zijn eigen deel.
Dat is Zijn eerstgeborene, dat Hij met tucht opvoedt, en Hij deelt hem het licht van de liefde mee en laat hem niet in de steek.
Daarom liggen al hun werken voor Hem als in het zonlicht, en Zijn ogen zien voortdurend op hun wegen.
Hun onrecht is voor Hem niet verborgen, en al hun zonden liggen voor de Heere.
Maar de Heere is goed en kent Zijn eigen maaksel.
Hij heeft hen niet losgelaten en niet verlaten, maar Hij heeft hen gespaard.
Maar de Heere is goed en kent Zijn eigen maaksel.
Hij heeft hen niet losgelaten en niet verlaten, maar Hij heeft hen gespaard.
Want de barmhartigheid voor een mens is bij Hem als een zegel, en Hij zal de genade voor de mens bewaren als Zijn oogappel.
Hij geeft Zijn zonen en dochters bekering, en daarna zal Hij opstaan en hun vergelden, en hun vergelding zal Hij op hun hoofd doen neerkomen.
Hij geeft Zijn zonen en dochters bekering, en daarna zal Hij opstaan en hun vergelden, en hun vergelding zal Hij op hun hoofd doen neerkomen.
Maar wie tot inkeer komt, heeft Hij de weg terug gegeven, en Hij heeft geroepen wie het geduld opgegeven hadden.
Keer terug naar de Allerhoogste
Bekeer je dan tot de Heere en laat de zonden los.
Smeek voor Zijn gezicht en maak het kwaad kleiner.
Smeek voor Zijn gezicht en maak het kwaad kleiner.
Keer terug naar de Allerhoogste en keer je af van onrecht, want Hij zal je uit de duisternis leiden naar het licht van de gezondheid.
En heb een diepe afkeer van wat gruwelijk is.
Wie zal in het graf de Allerhoogste prijzen, in plaats van wie leven en dank uitspreken?
Van een dode, als iemand die er niet meer is, gaat de dankzegging verloren.
Maar wie leeft en gezond van hart is, zal de Heere prijzen.
Hoe groot is de ontferming van de Heere, onze God, en de verzoening voor wie zich oprecht tot Hem bekeren.
Want niet alles kan in de mensen zijn, omdat geen mensenkind onsterfelijk is.
Wat is helderder dan de zon?
En toch gaat zij onder.
Zo gaat het ook met de mens die alleen aan vlees en bloed denkt.
En toch gaat zij onder.
Zo gaat het ook met de mens die alleen aan vlees en bloed denkt.
Hij kijkt naar de kracht van de hoge hemel, en alle mensen zijn maar aarde en as.