Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jesaja 49
Een licht voor de volken
De HEERE riep mij vanaf de moederschoot
Luister naar mij, eilanden, en let op, verre volken.
De HEERE heeft mij geroepen vanaf de moederschoot.
Vanaf de buik van mijn moeder noemde Hij mijn naam.
De HEERE heeft mij geroepen vanaf de moederschoot.
Vanaf de buik van mijn moeder noemde Hij mijn naam.
Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard en verborg mij in de schaduw van Zijn hand.
Hij maakte mij tot een gladde pijl en stopte mij weg in Zijn koker.
Hij maakte mij tot een gladde pijl en stopte mij weg in Zijn koker.
Hij zei tegen mij: Jij bent mijn knecht, Israël, door wie ik verheerlijkt zal worden.
Maar ik zei: ik heb tevergeefs gezwoegd, mijn kracht voor niets en zonder zin gegeven.
Toch is mijn recht bij de HEERE en mijn loon bij mijn God.
Toch is mijn recht bij de HEERE en mijn loon bij mijn God.
En nu zegt de HEERE, die mij vanaf de moederschoot tot Zijn knecht vormde om Jakob bij Hem terug te brengen.
Israël laat zich niet verzamelen, maar toch ben ik geëerd in de ogen van de HEERE, en mijn God is mijn kracht.
Israël laat zich niet verzamelen, maar toch ben ik geëerd in de ogen van de HEERE, en mijn God is mijn kracht.
Hij zei verder: Het is te weinig dat jij mijn knecht bent.
Je richt de stammen van Jakob op en brengt terug wie in Israël bewaard zijn.
Ik maak jou ook tot een licht voor de volken, zodat mijn redding tot het einde van de aarde reikt.
Je richt de stammen van Jakob op en brengt terug wie in Israël bewaard zijn.
Ik maak jou ook tot een licht voor de volken, zodat mijn redding tot het einde van de aarde reikt.
Dit zegt de HEERE, de Verlosser van Israël, Zijn Heilige.
Hij spreekt tegen wie diep veracht wordt, tegen wie het volk verafschuwt, tegen de knecht van heersers.
Koningen zullen het zien en opstaan, en vorsten zullen zich buigen.
Dat gebeurt om de HEERE, die trouw is, om de Heilige van Israël, die jou gekozen heeft.
Hij spreekt tegen wie diep veracht wordt, tegen wie het volk verafschuwt, tegen de knecht van heersers.
Koningen zullen het zien en opstaan, en vorsten zullen zich buigen.
Dat gebeurt om de HEERE, die trouw is, om de Heilige van Israël, die jou gekozen heeft.
Kan een vrouw haar zuigeling vergeten?
Dit zegt de HEERE: in de tijd van het welbehagen heb ik je verhoord en op de dag van redding heb ik je geholpen.
Ik zal je bewaren en je maken tot een verbond voor het volk, om het land te herstellen en verwoeste erfdelen weer uit te delen.
Ik zal je bewaren en je maken tot een verbond voor het volk, om het land te herstellen en verwoeste erfdelen weer uit te delen.
Zo zeg je tegen gevangenen: kom naar buiten, en tegen wie in het donker zitten: laat je zien.
Zij zullen langs de wegen weiden en op alle kale hoogten hun weide vinden.
Zij zullen langs de wegen weiden en op alle kale hoogten hun weide vinden.
Zij zullen geen honger of dorst hebben, en hitte en zon zullen hen niet steken.
Want wie zich over hen ontfermt, zal hen leiden en hen zachtjes naar waterbronnen brengen.
Want wie zich over hen ontfermt, zal hen leiden en hen zachtjes naar waterbronnen brengen.
Ik maak al mijn bergen tot een weg, en mijn paden worden verhoogd.
Kijk, dezen komen van ver, dezen uit het noorden en het westen, en dezen uit het land Sinim.
Juich, hemel, en wees blij, aarde!
Bergen, barst uit in gejuich!
Want de HEERE heeft Zijn volk getroost en ontfermt zich over Zijn ellendigen.
Bergen, barst uit in gejuich!
Want de HEERE heeft Zijn volk getroost en ontfermt zich over Zijn ellendigen.
Maar Sion zegt: De HEERE heeft mij verlaten, de HEERE is mij vergeten.
Kan een vrouw haar zuigeling vergeten en zich niet ontfermen over het kind van haar schoot?
Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou niet.
Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou niet.
Kijk, ik heb je in mijn handpalmen gegraveerd.
Je muren staan mij altijd voor ogen.
Je muren staan mij altijd voor ogen.
Je kinderen komen terug
Je zonen haasten zich naar je toe, en wie je verwoestten en vernielden, gaan bij je weg.
Kijk om je heen en zie: zij verzamelen zich allemaal en komen naar je toe.
Zo waar als ik leef, zegt de HEERE, je zult ze allemaal als een sieraad dragen en ze ombinden als een bruid.
Zo waar als ik leef, zegt de HEERE, je zult ze allemaal als een sieraad dragen en ze ombinden als een bruid.
Want je puinhopen, je eenzame plekken en je verwoeste land zullen nu te klein zijn voor je inwoners.
Wie jou verslonden, zijn ver weg.
Wie jou verslonden, zijn ver weg.
De kinderen die je verloren had, zullen nog in je oren zeggen: De plaats is te krap voor mij, maak ruimte, zodat ik kan wonen.
Dan zul je in je hart zeggen: Wie heeft mij deze kinderen gebaard?
Ik was kinderloos en eenzaam, weggevoerd en verdreven.
Wie heeft dezen dan opgevoed?
Ik was alleen overgebleven, waar waren zij dan?
Ik was kinderloos en eenzaam, weggevoerd en verdreven.
Wie heeft dezen dan opgevoed?
Ik was alleen overgebleven, waar waren zij dan?
Dit zegt de Heere HEERE: kijk, ik hef mijn hand op naar de volken en steek mijn vaandel op voor de naties.
Zij zullen je zonen in hun armen brengen en je dochters op hun schouders dragen.
Zij zullen je zonen in hun armen brengen en je dochters op hun schouders dragen.
Koningen zullen je verzorgers zijn en hun vorstinnen je voedsters.
Zij zullen zich met het gezicht naar de grond voor je buigen en het stof van je voeten likken.
Dan zul je weten dat ik de HEERE ben en dat wie op mij wachten niet beschaamd worden.
Zij zullen zich met het gezicht naar de grond voor je buigen en het stof van je voeten likken.
Dan zul je weten dat ik de HEERE ben en dat wie op mij wachten niet beschaamd worden.
Kan een held zijn buit afgenomen worden, of kunnen gevangenen van een rechtvaardige ontkomen?
Toch zegt de HEERE: ja, de gevangenen van de held worden hem afgenomen en de buit van de tiran ontkomt.
Ik zal twisten met wie met jou twisten, en ik zal je kinderen verlossen.
Ik zal twisten met wie met jou twisten, en ik zal je kinderen verlossen.
Ik zal je verdrukkers hun eigen vlees laten eten en hen dronken maken van hun eigen bloed, als van jonge wijn.
Dan zullen alle mensen weten dat ik, de HEERE, jouw Redder ben, jouw Verlosser, de Machtige van Jakob.
Dan zullen alle mensen weten dat ik, de HEERE, jouw Redder ben, jouw Verlosser, de Machtige van Jakob.