Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jesaja 44
Ik ben de Eerste en de Laatste
Water op het dorstige land
Hoor nu, mijn knecht Jakob, Israël, die ik uitgekozen heb.
Dit zegt de HEERE, je Maker, die je vormde vanaf de moederschoot en die je helpt.
Wees niet bang, Jakob, mijn knecht, en Jesurun, die ik uitgekozen heb.
Wees niet bang, Jakob, mijn knecht, en Jesurun, die ik uitgekozen heb.
Want ik zal water gieten op het dorstige land en stromen op het droge.
Ik zal mijn Geest op je nageslacht gieten en mijn zegen op je kinderen.
Ik zal mijn Geest op je nageslacht gieten en mijn zegen op je kinderen.
Zij zullen opschieten tussen het gras, als wilgen aan waterbeken.
De een zal zeggen: Ik ben van de HEERE.
Een ander noemt zich met de naam van Jakob.
Weer een ander schrijft op zijn hand dat hij van de HEERE is en noemt zich met de naam van Israël.
Een ander noemt zich met de naam van Jakob.
Weer een ander schrijft op zijn hand dat hij van de HEERE is en noemt zich met de naam van Israël.
Dit zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten.
Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en buiten mij is er geen God.
Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en buiten mij is er geen God.
Wie is als ik?
Laat hij het uitroepen en vertellen en het voor mij op een rij zetten, sinds ik een eeuwig volk gesteld heb.
Laat hen vertellen wat komt en wat gebeuren zal.
Laat hij het uitroepen en vertellen en het voor mij op een rij zetten, sinds ik een eeuwig volk gesteld heb.
Laat hen vertellen wat komt en wat gebeuren zal.
Schrik niet en wees niet bang.
Heb ik het je niet van vroeger af laten horen en verteld?
Jullie zijn mijn getuigen.
Is er een God buiten mij?
Er is geen andere rots; ik ken er geen.
Heb ik het je niet van vroeger af laten horen en verteld?
Jullie zijn mijn getuigen.
Is er een God buiten mij?
Er is geen andere rots; ik ken er geen.
Wie maakt er nu een god?
Wie beelden maken, zijn allemaal leegte, en hun kostbare dingen helpen niet.
Hun eigen getuigen zien niets en weten niets, daarom worden zij beschaamd.
Hun eigen getuigen zien niets en weten niets, daarom worden zij beschaamd.
Wie maakt er nu een god en giet een beeld dat niets oplevert?
Kijk, al zijn makkers worden beschaamd, want de vaklieden zijn ook maar mensen.
Laten zij zich allemaal verzamelen en opstaan; zij zullen schrikken en samen beschaamd worden.
Laten zij zich allemaal verzamelen en opstaan; zij zullen schrikken en samen beschaamd worden.
De ijzersmid maakt een bijl, werkt in de gloed en vormt hem met hamers.
Hij werkt met zijn sterke arm, maar hij krijgt honger en wordt krachteloos.
Hij drinkt geen water en raakt uitgeput.
Hij werkt met zijn sterke arm, maar hij krijgt honger en wordt krachteloos.
Hij drinkt geen water en raakt uitgeput.
De timmerman spant het meetlint en tekent af met een stift.
Hij schaaft het glad en tekent met de passer.
Hij maakt het naar een menselijke gestalte, in de schoonheid van een mens, om in een huis te staan.
Hij schaaft het glad en tekent met de passer.
Hij maakt het naar een menselijke gestalte, in de schoonheid van een mens, om in een huis te staan.
Hij hakt ceders om, of neemt een cipres of een eik en laat die groeien tussen de bomen van het bos.
Hij plant een pijnboom, en de regen laat hem groot worden.
Hij plant een pijnboom, en de regen laat hem groot worden.
Zo krijgt de mens brandstof.
Hij neemt ervan en warmt zich, steekt het aan en bakt er brood bij.
Maar hij maakt er ook een god van en buigt ervoor.
Hij maakt er een beeld van en knielt ervoor neer.
Hij neemt ervan en warmt zich, steekt het aan en bakt er brood bij.
Maar hij maakt er ook een god van en buigt ervoor.
Hij maakt er een beeld van en knielt ervoor neer.
De ene helft verbrandt hij in het vuur.
Bij die helft eet hij vlees, hij braadt een gebraad en wordt verzadigd.
Hij warmt zich ook en zegt: Heerlijk, ik ben warm geworden, ik zie het vuur!
Bij die helft eet hij vlees, hij braadt een gebraad en wordt verzadigd.
Hij warmt zich ook en zegt: Heerlijk, ik ben warm geworden, ik zie het vuur!
Van de rest maakt hij een god, zijn eigen beeld.
Hij knielt ervoor, buigt zich en bidt het aan en zegt: Red mij, want u bent mijn god!
Hij knielt ervoor, buigt zich en bidt het aan en zegt: Red mij, want u bent mijn god!
Zij weten niets en begrijpen niets.
Hun ogen zijn dichtgestreken, zodat zij niet zien, en hun hart, zodat zij niet begrijpen.
Hun ogen zijn dichtgestreken, zodat zij niet zien, en hun hart, zodat zij niet begrijpen.
Niemand neemt het ter harte, niemand heeft de kennis of het verstand.
Anders zou hij zeggen: ik heb de helft in het vuur verbrand en op de kolen brood gebakken.
Ik heb er vlees bij gebraden en gegeten.
Zou ik van de rest een gruwel maken en knielen voor een stuk hout?
Anders zou hij zeggen: ik heb de helft in het vuur verbrand en op de kolen brood gebakken.
Ik heb er vlees bij gebraden en gegeten.
Zou ik van de rest een gruwel maken en knielen voor een stuk hout?
Hij voedt zich met as.
Zijn bedrogen hart heeft hem afgeleid, zodat hij zijn leven niet kan redden en niet kan zeggen: is er geen leugen in mijn rechterhand?
Zijn bedrogen hart heeft hem afgeleid, zodat hij zijn leven niet kan redden en niet kan zeggen: is er geen leugen in mijn rechterhand?
Ik veeg je overtredingen weg
Denk hieraan, Jakob en Israël, want jij bent mijn knecht.
Ik heb je gevormd; jij bent mijn knecht, Israël, ik zal je niet vergeten.
Ik heb je gevormd; jij bent mijn knecht, Israël, ik zal je niet vergeten.
Ik veeg je overtredingen weg als een nevel en je zonden als een wolk.
Keer terug naar mij, want ik heb je verlost.
Keer terug naar mij, want ik heb je verlost.
Zing van vreugde, hemel, want de HEERE heeft het gedaan!
Juich, diepten van de aarde!
Barst uit in gejuich, bergen, bossen en alle bomen daarin!
Want de HEERE heeft Jakob verlost en toont Zijn heerlijkheid in Israël.
Juich, diepten van de aarde!
Barst uit in gejuich, bergen, bossen en alle bomen daarin!
Want de HEERE heeft Jakob verlost en toont Zijn heerlijkheid in Israël.
Dit zegt de HEERE, je Verlosser, die je vormde vanaf de moederschoot: ik ben de HEERE, die alles doet.
Ik alleen spande de hemel uit en spreidde de aarde uit, geheel door mijzelf.
Ik alleen spande de hemel uit en spreidde de aarde uit, geheel door mijzelf.
Ik vernietig de tekenen van leugenaars en maak waarzeggers dwaas.
Ik laat wijzen terugdeinzen en maak hun kennis tot onzin.
Ik laat wijzen terugdeinzen en maak hun kennis tot onzin.
Ik bevestig het woord van mijn knecht en volbreng de raad van mijn boden.
Ik zeg tegen Jeruzalem: je zult bewoond worden.
En tegen de steden van Juda: jullie worden herbouwd, en ik zal hun puinhopen weer oprichten.
Ik zeg tegen Jeruzalem: je zult bewoond worden.
En tegen de steden van Juda: jullie worden herbouwd, en ik zal hun puinhopen weer oprichten.
Ik zeg tegen de diepte: droog op!
En ik zal je rivieren laten verdrogen.
En ik zal je rivieren laten verdrogen.
Ik zeg over Kores: hij is mijn herder, en hij zal alles doen wat ik wil.
Hij zegt tegen Jeruzalem: word gebouwd, en tegen de tempel: word gegrondvest.
Hij zegt tegen Jeruzalem: word gebouwd, en tegen de tempel: word gegrondvest.