Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jesaja 39

De gezanten uit Babel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Hizkia toont zijn schatten
In die tijd stuurde Merodach-Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, brieven en een geschenk aan Hizkia.
Hij had namelijk gehoord dat Hizkia ziek geweest en weer beter geworden was.
Hizkia was blij met hen en liet hun zijn schatkamer zien.
Hij toonde het zilver, het goud, de specerijen, de beste olie en zijn hele wapenhuis.
Er was niets in zijn huis of in zijn hele rijk dat Hizkia hun niet liet zien.
Toen kwam de profeet Jesaja bij koning Hizkia en zei: Wat hebben die mannen gezegd, en waar komen zij vandaan?
Hizkia zei: Zij zijn uit een ver land bij mij gekomen, uit Babel.
Hij zei: Wat hebben zij in je huis gezien?
Hizkia zei: Zij hebben alles gezien wat in mijn huis is.
Er is niets in mijn schatten dat ik hun niet getoond heb.

Alles gaat naar Babel
Toen zei Jesaja tegen Hizkia: Hoor het woord van de HEERE van de legermachten.
Er komen dagen dat alles wat in je huis is, en alles wat je vaderen tot vandaag hebben opgeslagen, naar Babel wordt weggevoerd.
Er blijft niets over, zegt de HEERE.

Ook van je zonen die uit jou zullen voortkomen, zullen zij er meenemen.
Zij zullen hovelingen zijn in het paleis van de koning van Babel.

Maar Hizkia zei tegen Jesaja: Het woord van de HEERE dat u gesproken hebt, is goed.
Hij dacht namelijk: In mijn dagen zal er vrede en trouw zijn.

Download hoofdstuk als tekstbestand