Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 17
Het hart is arglistig
Vervloekt en gezegend
De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren stift, met een punt van diamant.
Zij staat gegrift op de tafel van hun hart en op de horens van jullie altaren.
Zij staat gegrift op de tafel van hun hart en op de horens van jullie altaren.
Hun kinderen denken aan hun altaren en hun gewijde palen, bij het groene geboomte op de hoge heuvels.
Mijn berg met het veld, jouw vermogen en al je schatten geef ik als buit.
Ook je offerhoogten geef ik weg, om de zonde in heel je gebied.
Ook je offerhoogten geef ik weg, om de zonde in heel je gebied.
Je zult je erfdeel moeten loslaten dat ik je gegeven heb, door je eigen schuld.
Ik laat je je vijanden dienen in een land dat je niet kent.
Want jullie hebben in mijn toorn een vuur ontstoken dat eeuwig brandt.
Ik laat je je vijanden dienen in een land dat je niet kent.
Want jullie hebben in mijn toorn een vuur ontstoken dat eeuwig brandt.
Dit zegt de HEERE.
Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt, die vlees tot zijn kracht maakt en wiens hart van de HEERE afwijkt.
Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt, die vlees tot zijn kracht maakt en wiens hart van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een struik in de wildernis, die niet merkt dat er iets goeds komt.
Hij blijft op dorre plekken in de woestijn, in zout en onbewoond land.
Hij blijft op dorre plekken in de woestijn, in zout en onbewoond land.
Maar gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt en wiens vertrouwen de HEERE is.
Hij zal zijn als een boom die aan het water geplant is en zijn wortels uitstrekt naar de rivier.
Hij merkt het niet als er hitte komt, want zijn blad blijft groen.
In een jaar van droogte maakt hij zich geen zorgen en blijft hij vrucht dragen.
Hij merkt het niet als er hitte komt, want zijn blad blijft groen.
In een jaar van droogte maakt hij zich geen zorgen en blijft hij vrucht dragen.
Het hart is arglistiger dan wat ook, ja, dodelijk.
Wie kan het kennen?
Wie kan het kennen?
Ik, de HEERE, doorgrond het hart en beproef de nieren.
Zo geef ik ieder naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden.
Zo geef ik ieder naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden.
Als een patrijs die eieren verzamelt zonder ze uit te broeden, zo is wie rijkdom vergaart zonder recht.
Halverwege zijn dagen moet hij die achterlaten, en aan zijn einde blijkt hij een dwaas.
Halverwege zijn dagen moet hij die achterlaten, en aan zijn einde blijkt hij een dwaas.
Een troon van heerlijkheid, verheven vanaf het begin, is de plaats van ons heiligdom.
HEERE, hoop van Israël, allen die U verlaten, worden beschaamd.
Wie van mij afwijken, worden in de aarde geschreven, want zij verlaten de HEERE, de bron van levend water.
Wie van mij afwijken, worden in de aarde geschreven, want zij verlaten de HEERE, de bron van levend water.
Genees mij, HEERE
Genees mij, HEERE, dan zal ik genezen zijn.
Red mij, dan zal ik gered zijn, want U bent mijn lof.
Red mij, dan zal ik gered zijn, want U bent mijn lof.
Kijk, zij zeggen tegen mij: waar is het woord van de HEERE?
Laat het maar komen!
Laat het maar komen!
Ik heb niet aangedrongen, meer dan een herder achter U past.
Ik heb de dag van onheil niet gewild; U weet het.
Wat uit mijn lippen kwam, was voor Uw aangezicht.
Ik heb de dag van onheil niet gewild; U weet het.
Wat uit mijn lippen kwam, was voor Uw aangezicht.
Wees U mij geen schrik.
U bent mijn toevlucht op de dag van onheil.
U bent mijn toevlucht op de dag van onheil.
Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden.
Laat hen schrikken, maar laat mij niet schrikken.
Breng over hen de dag van onheil en breek hen met een dubbele breuk.
Laat hen schrikken, maar laat mij niet schrikken.
Breng over hen de dag van onheil en breek hen met een dubbele breuk.
De sabbat in de poorten
Dit heeft de HEERE tegen mij gezegd: Ga in de poort staan waar het volk doorgaat.
Daar gaan ook de koningen van Juda in en uit.
Sta ook in alle andere poorten van Jeruzalem.
Daar gaan ook de koningen van Juda in en uit.
Sta ook in alle andere poorten van Jeruzalem.
Zeg tegen hen: hoor het woord van de HEERE, koningen van Juda, heel Juda en alle inwoners van Jeruzalem die door deze poorten binnenkomen.
Dit zegt de HEERE: pas op voor je leven.
Draag geen last op de sabbatdag en breng er niets door de poorten van Jeruzalem.
Draag geen last op de sabbatdag en breng er niets door de poorten van Jeruzalem.
Draag ook geen last uit je huizen op de sabbatdag en doe geen werk.
Houd de sabbatdag heilig, zoals ik jullie vaderen geboden heb.
Houd de sabbatdag heilig, zoals ik jullie vaderen geboden heb.
Maar zij luisterden niet en neigden hun oor niet.
Zij maakten hun nek hard om niet te horen en geen tucht aan te nemen.
Zij maakten hun nek hard om niet te horen en geen tucht aan te nemen.
Als jullie echt naar mij luisteren, zegt de HEERE, dan brengen jullie geen last door de poorten van deze stad op de sabbatdag.
Dan houden jullie de sabbatdag heilig en doen jullie er geen werk.
Dan houden jullie de sabbatdag heilig en doen jullie er geen werk.
Dan zullen door de poorten van deze stad koningen en vorsten binnengaan die op de troon van David zitten.
Zij rijden op wagens en paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem.
En deze stad zal voor altijd bewoond blijven.
Zij rijden op wagens en paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem.
En deze stad zal voor altijd bewoond blijven.
Men zal komen uit de steden van Juda en uit de plaatsen rond Jeruzalem.
Zij komen uit het gebied van Benjamin, uit de laagte, het bergland en het zuiden.
Zij brengen brandoffers, slachtoffers, graanoffers, wierook en lofoffers naar het huis van de HEERE.
Zij komen uit het gebied van Benjamin, uit de laagte, het bergland en het zuiden.
Zij brengen brandoffers, slachtoffers, graanoffers, wierook en lofoffers naar het huis van de HEERE.
Maar misschien luisteren jullie niet naar mij om de sabbatdag heilig te houden.
Misschien dragen jullie toch een last door de poorten van Jeruzalem.
Dan steek ik een vuur aan in haar poorten.
Dat zal de paleizen van Jeruzalem verteren en niet geblust worden.
Misschien dragen jullie toch een last door de poorten van Jeruzalem.
Dan steek ik een vuur aan in haar poorten.
Dat zal de paleizen van Jeruzalem verteren en niet geblust worden.