Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Jakobus 4
Onderschik je aan God
Waar ruzie vandaan komt
Waar komen de ruzies en gevechten onder jullie vandaan?
Komen zij niet uit jullie verlangens, die strijd voeren in je lichaam?
Komen zij niet uit jullie verlangens, die strijd voeren in je lichaam?
Jullie begeren en krijgen niets.
Jullie zijn jaloers en willen iets hebben, maar krijgen het niet.
Jullie vechten en voeren strijd, en toch hebben jullie niets, omdat jullie niet bidden.
Jullie zijn jaloers en willen iets hebben, maar krijgen het niet.
Jullie vechten en voeren strijd, en toch hebben jullie niets, omdat jullie niet bidden.
Jullie bidden wel en krijgen niets, omdat jullie verkeerd bidden.
Jullie willen het opmaken aan je eigen genot.
Jullie willen het opmaken aan je eigen genot.
Overspelige mensen, weten jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?
Wie een vriend van de wereld wil zijn, wordt een vijand van God.
Wie een vriend van de wereld wil zijn, wordt een vijand van God.
Of denken jullie dat de Schrift voor niets zegt dat de Geest die in ons woont, met jaloezie naar ons verlangt?
Maar Hij geeft des te meer genade.
Daarom zegt de Schrift: God staat tegenover de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.
Daarom zegt de Schrift: God staat tegenover de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.
Onderschik je dus aan God.
Bied weerstand aan de duivel, en hij zal van jullie wegvluchten.
Bied weerstand aan de duivel, en hij zal van jullie wegvluchten.
Nader tot God, dan zal Hij tot jullie naderen.
Was je handen, zondaars, en zuiver je hart, jullie die verdeeld zijn.
Was je handen, zondaars, en zuiver je hart, jullie die verdeeld zijn.
Besef je ellende, treur en huil.
Laat jullie lachen veranderen in treuren en jullie blijdschap in somberheid.
Laat jullie lachen veranderen in treuren en jullie blijdschap in somberheid.
Verneder je voor de Heere, dan zal Hij jullie verhogen.
Spreek geen kwaad en schep niet op
Broeders, spreek geen kwaad van elkaar.
Wie kwaad spreekt van zijn broeder en hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet.
En als je de wet oordeelt, ben je geen dader van de wet maar een rechter.
Wie kwaad spreekt van zijn broeder en hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet.
En als je de wet oordeelt, ben je geen dader van de wet maar een rechter.
Er is één Wetgever, die kan redden en verderven.
Maar wie ben jij, dat je een ander oordeelt?
Maar wie ben jij, dat je een ander oordeelt?
En nu jullie, die zeggen: Vandaag of morgen gaan wij naar die stad.
Daar blijven wij een jaar, doen zaken en maken winst.
Daar blijven wij een jaar, doen zaken en maken winst.
Jullie weten niet eens wat er morgen gebeurt.
Wat is jullie leven?
Het is een damp die even te zien is en daarna verdwijnt.
Wat is jullie leven?
Het is een damp die even te zien is en daarna verdwijnt.
Zeg liever: Als de Heere het wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.
Maar nu scheppen jullie op in je hoogmoed.
Al zulke opschepperij is kwaad.
Al zulke opschepperij is kwaad.
Wie dus weet goed te doen en het niet doet, die zondigt.