Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Jakobus 2

Geloof en werken

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Geen aanzien des persoons
Broeders, verbind het geloof in onze Heere Jezus Christus, de Heere van de heerlijkheid, niet met het aanzien van personen.
Stel dat er in jullie samenkomst een man binnenkomt met een gouden ring en mooie kleren, en ook een arme man met vuile kleren.
En jullie kijken op naar de man met de mooie kleren en zeggen: Gaat u hier maar zitten, op een goede plaats.
En tegen de arme zeggen jullie: Ga jij daar maar staan, of: Zit hier bij mijn voetenbank.
Maken jullie dan geen onderscheid onder elkaar?
Zijn jullie dan geen rechters met kwade overwegingen geworden?
Luister, mijn geliefden.
Heeft God niet de armen in de wereld uitgekozen om rijk te zijn in het geloof en erfgenaam van het Koninkrijk?
Dat heeft Hij beloofd aan wie Hem liefhebben.
Maar jullie hebben de arme onteerd.
Zijn het niet de rijken die jullie onderdrukken en voor de rechtbank slepen?
Lasteren zij niet de goede Naam die over jullie is uitgeroepen?
Houden jullie je aan de koninklijke wet volgens de Schrift: Heb je naaste lief als jezelf, dan doen jullie goed.
Maar kijken jullie naar de persoon, dan doen jullie zonde.
De wet klaagt jullie dan aan als overtreders.
Wie namelijk de hele wet houdt maar op één punt struikelt, is schuldig aan alles.
Hij die gezegd heeft: Je mag geen overspel plegen, heeft ook gezegd: Je mag niet doden.
Pleeg je geen overspel maar dood je wel, dan ben je een overtreder van de wet geworden.
Spreek en doe dus als mensen die geoordeeld zullen worden door de wet van de vrijheid.
Het oordeel is namelijk onbarmhartig voor wie geen barmhartigheid bewezen heeft.
De barmhartigheid triomfeert over het oordeel.
Geloof zonder werken is dood
Broeders, wat heb je eraan als iemand zegt dat hij geloof heeft, maar geen werken?
Kan dat geloof hem redden?
Stel dat een broeder of een medegelovige geen kleren heeft en dagelijks voedsel tekortkomt.
En iemand van jullie zegt tegen hen: Ga in vrede, kleed je warm en eet genoeg, maar geeft hun niet wat hun lichaam nodig heeft.
Wat heb je daaraan?
Zo is ook het geloof op zichzelf dood als het geen werken heeft.
Maar iemand zal zeggen: Jij hebt geloof en ik heb werken.
Laat mij je geloof maar eens zien zonder werken, dan laat ik jou uit mijn werken mijn geloof zien.

Jij gelooft dat God één is.
Dat doe je goed.
De boze geesten geloven dat ook, en zij beven.
Wil je weten, dwaze mens, dat geloof zonder werken nutteloos is?
Is Abraham, onze voorvader, niet uit werken rechtvaardig verklaard, toen hij zijn zoon Izak op het altaar offerde?
Je ziet dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken en dat het geloof door de werken volmaakt werd.
Zo ging de Schrift in vervulling die zegt: Abraham geloofde God, en het werd hem als gerechtigheid aangerekend.
Hij werd zelfs een vriend van God genoemd.
Jullie zien dus dat een mens uit werken rechtvaardig verklaard wordt en niet alleen uit geloof.
Zo is ook Rachab, de hoer, uit werken rechtvaardig verklaard.
Zij ontving de boodschappers en liet hen langs een andere weg vertrekken.
Zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.

Download hoofdstuk als tekstbestand