Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 6
De engelen op de Hermon
Laten wij ons vrouwen kiezen
En het gebeurde, toen de mensen talrijk geworden waren, dat er in die dagen mooie en aantrekkelijke dochters bij hen geboren werden.
En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen en begeerden hen, en zij zeiden tegen elkaar: Kom, laten wij uit de kinderen van de mensen vrouwen voor onszelf uitkiezen en kinderen bij hen verwekken.
En Semjaza, die hun aanvoerder was, zei tegen hen: Ik ben bang dat jullie deze daad misschien niet willen doorzetten, en dat ik dan als enige moet boeten voor deze grote zonde.
En zij antwoordden hem allemaal en zeiden: Laten wij allemaal een eed zweren en ons met vervloekingen aan elkaar binden, dat wij niet van dit plan zullen afwijken maar het tot een daad zullen maken.
Toen zwoeren zij allemaal samen en bonden zij zich met vervloekingen aan elkaar.
De namen van hun aanvoerders
En zij waren met z'n tweehonderden.
En zij daalden neer op Ardis, de top van de berg Hermon.
En zij noemden hem de berg Hermon, omdat zij daarop gezworen en zich met vervloekingen aan elkaar gebonden hadden.
En zij daalden neer op Ardis, de top van de berg Hermon.
En zij noemden hem de berg Hermon, omdat zij daarop gezworen en zich met vervloekingen aan elkaar gebonden hadden.
En dit zijn de namen van hun aanvoerders: Semjaza, die hun aanvoerder was, Urakibarameël, Akibeël, Tamiël, Ramuël, Danël, Ezekeël, Sarakujal, Asaël, Armars, Batreal, Anani, Zakebe, Samsaweël, Sartaël, Turël, Jomjaël en Arazjal.
Dit waren de aanvoerders van de tweehonderd engelen, en alle anderen waren bij hen.