Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 45
De tweede gelijkenis
Zij klimmen niet naar de hemel
En dit is de tweede gelijkenis, over wie de naam van de woning van de heiligen en van de Heere van de geesten verloochenen.
Naar de hemel zullen zij niet opklimmen en op de aarde zullen zij niet komen.
Zo zal het lot zijn van de zondaars die de naam van de Heere van de geesten verloochenen, die zo bewaard worden voor de dag van verdriet en benauwdheid.
Zo zal het lot zijn van de zondaars die de naam van de Heere van de geesten verloochenen, die zo bewaard worden voor de dag van verdriet en benauwdheid.
Ik zal hemel en aarde veranderen
Op die dag zal mijn Uitverkorene op de troon van de heerlijkheid zitten, en Hij zal hun werken onderzoeken.
En hun rustplaatsen zullen niet te tellen zijn, en hun geest zal sterk worden vanbinnen wanneer zij mijn Uitverkorene zien en hen die mijn heilige en schitterende naam aangeroepen hebben.
En hun rustplaatsen zullen niet te tellen zijn, en hun geest zal sterk worden vanbinnen wanneer zij mijn Uitverkorene zien en hen die mijn heilige en schitterende naam aangeroepen hebben.
En op die dag zal ik mijn Uitverkorene onder hen laten wonen, en ik zal de hemel veranderen en er een eeuwige zegen en een eeuwig licht van maken.
En ik zal de aarde veranderen en er een zegen van maken, en ik zal mijn uitverkorenen daarop laten wonen.
Maar wie zonde en overtreding doen, zullen haar niet betreden.
Maar wie zonde en overtreding doen, zullen haar niet betreden.
Want ik heb naar mijn rechtvaardigen omgezien en hen met vrede verzadigd, en ik heb hen voor mijn aangezicht gesteld.
Maar voor de zondaars is het oordeel bij mij dichtbij gekomen, om hen van de aarde weg te vagen.
Maar voor de zondaars is het oordeel bij mij dichtbij gekomen, om hen van de aarde weg te vagen.