Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 34
De poorten in het noorden
De winden die uitgaan
En van daar ging ik naar het noorden, tot aan de einden van de aarde, en daar zag ik een groot en schitterend wonder aan de einden van de hele aarde.
En daar zag ik in de hemel drie geopende poorten van de hemel.
Door elk daarvan gaan de winden naar het noorden uit.
Wanneer zij waaien, is er kou en hagel en vorst en sneeuw en dauw en regen.
Door elk daarvan gaan de winden naar het noorden uit.
Wanneer zij waaien, is er kou en hagel en vorst en sneeuw en dauw en regen.
En uit één poort waait het ten goede.
Maar wanneer zij door de twee andere poorten waaien, dan gaat het met geweld, en er komt verval over de aarde, en zij waaien met geweld.
Maar wanneer zij door de twee andere poorten waaien, dan gaat het met geweld, en er komt verval over de aarde, en zij waaien met geweld.