Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
Henoch 19
Wat Uriël mij zei
De geesten van de engelen
En Uriël zei tegen mij: Hier zullen de geesten staan van de engelen die zich met de vrouwen verbonden hebben.
Zij hebben allerlei gedaanten aangenomen, zij hebben de mensen verontreinigd en de mensen laten dwalen, zodat die aan de demonen offeren alsof het goden zijn, tot op de dag van het grote oordeel, waarop zij geoordeeld zullen worden totdat zij weggedaan zijn.
Zij hebben allerlei gedaanten aangenomen, zij hebben de mensen verontreinigd en de mensen laten dwalen, zodat die aan de demonen offeren alsof het goden zijn, tot op de dag van het grote oordeel, waarop zij geoordeeld zullen worden totdat zij weggedaan zijn.
En ook hun vrouwen, die de engelen van de hemel hebben laten dwalen, zullen als sirenen worden.
En ik, Henoch, was de enige die dat visioen zag, de einden van alles.
En niemand van de mensen heeft gezien wat ik gezien heb.
En niemand van de mensen heeft gezien wat ik gezien heb.