Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Handelingen 28

Malta en de aankomst in Rome

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Op het eiland Malta
Toen wij veilig waren, hoorden wij dat het eiland Malta heette.
De bewoners waren buitengewoon vriendelijk voor ons.
Zij maakten een groot vuur en ontvingen ons allemaal, want het regende en het was koud.
Paulus raapte een bos takken bij elkaar en legde die op het vuur.
Door de hitte kwam er een adder uit, die zich in zijn hand vastbeet.
De bewoners zagen het beest aan zijn hand hangen.
Zij zeiden tegen elkaar: Deze man is vast een moordenaar.
Hij is aan de zee ontkomen, maar de wraak laat hem niet leven.

Maar hij schudde het beest af in het vuur en het deed hem geen kwaad.
Zij verwachtten dat hij zou opzwellen of ineens dood zou neervallen.
Zij wachtten lang en zagen dat hem niets overkwam.
Toen veranderden zij van mening en zeiden dat hij een god was.
Dicht bij die plaats lagen de landgoederen van Publius, de belangrijkste man van het eiland.
Hij ontving ons en gaf ons drie dagen vriendelijk onderdak.
De vader van Publius lag op bed met koorts en buikloop.
Paulus ging naar hem toe, bad, legde hem de handen op en maakte hem gezond.
Toen dat gebeurd was, kwamen ook de andere zieken op het eiland naar hem toe, en zij werden genezen.
Zij eerden ons met veel eer.
Toen wij wegvoeren, gaven zij ons mee wat wij nodig hadden.
Van Malta naar Rome
Na drie maanden voeren wij weg met een schip uit Alexandrië dat op het eiland overwinterd had.
Het had de Tweelingbroeders als boegbeeld.
Wij kwamen aan in Syrakuse en bleven daar drie dagen.
Vandaar voeren wij langs de kust en kwamen in Regium.
Een dag later stak de zuidenwind op, en de tweede dag kwamen wij in Puteoli.
Daar vonden wij gelovigen, en zij vroegen ons zeven dagen te blijven.
Zo kwamen wij naar Rome.
De gelovigen daar hadden over ons gehoord en kwamen ons tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae.
Toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte moed.
Toen wij in Rome kwamen, gaf de officier de gevangenen over aan de commandant.
Maar Paulus mocht apart wonen, met de soldaat die hem bewaakte.
Paulus spreekt met de Joden in Rome
Drie dagen later riep Paulus de leiders van de Joden bij elkaar.
Toen zij gekomen waren, zei hij tegen hen: Broeders, ik heb niets gedaan tegen ons volk of tegen de gewoonten van onze voorouders.
Toch ben ik in Jeruzalem gevangengenomen en aan de Romeinen uitgeleverd.

Zij hebben mij verhoord en wilden mij vrijlaten, omdat ik niets gedaan had dat de doodstraf verdient.
Maar de Joden spraken dat tegen.
Daardoor moest ik mij wel op de keizer beroepen.
Ik wil mijn volk echter niet aanklagen.

Daarom heb ik jullie bij mij geroepen, om jullie te zien en te spreken.
Om de hoop van Israël draag ik deze keten.

Zij zeiden tegen hem: Wij hebben over jou geen brieven uit Judea gekregen.
Ook heeft geen van de gelovigen die hier kwam, iets slechts over jou verteld.

Maar wij horen graag van jou wat je denkt.
Van deze partij weten wij namelijk dat er overal tegen gesproken wordt.

Zij spraken een dag met hem af.
Toen kwamen er veel mensen naar zijn woning.
Van de vroege morgen tot de avond legde hij het koninkrijk van God uit.
Hij getuigde en probeerde hen te overtuigen over Jezus, uit de wet van Mozes en uit de profeten.
Sommigen lieten zich overtuigen door wat hij zei, maar anderen geloofden het niet.
Zij waren het onderling oneens en gingen uit elkaar.
Paulus zei toen nog dit ene woord: De Heilige Geest heeft terecht door de profeet Jesaja tot onze voorouders gesproken.
Hij zei: Ga naar dit volk en zeg: Jullie zullen goed horen, maar niets begrijpen.
Jullie zullen goed kijken, maar niets zien.

Want het hart van dit volk is ongevoelig geworden.
Zij hebben hun oren dichtgestopt en hun ogen gesloten.
Anders zouden zij met hun ogen zien, met hun oren horen en met hun hart begrijpen.
Dan zouden zij zich bekeren en zou ik hen genezen.

Weet dan dat de redding van God naar de andere volken gestuurd is.
Zij zullen luisteren.

Toen hij dit gezegd had, gingen de Joden weg.
Onderling hadden zij veel discussie.
Paulus bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woning.
Hij ontving iedereen die bij hem kwam.
Hij verkondigde het koninkrijk van God en gaf onderwijs over de Heere Jezus Christus, met alle vrijmoedigheid en zonder dat iemand hem tegenhield.

Download hoofdstuk als tekstbestand