Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Galaten 2

Rechtvaardig door geloof

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Overleg in Jeruzalem
Veertien jaar later ging ik weer naar Jeruzalem, met Barnabas.
Ik nam Titus ook mee.
Ik ging op grond van een openbaring.
Ik legde hun het evangelie voor dat ik onder de volken verkondig, en apart aan de leiders.
Zo wilde ik voorkomen dat mijn werk voor niets zou zijn.
Zelfs Titus, die bij mij was, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij een Griek is.
Dat kwam door binnengeslopen valse gelovigen.
Zij kwamen stiekem onze vrijheid in Christus Jezus bespieden, om ons tot slaven te maken.
Voor hen hebben wij geen moment gebogen.
Zo bleef de waarheid van het evangelie bij jullie bewaard.
De leiders legden mij niets extra's op.
Wat zij vroeger waren, maakt mij niet uit, want God kijkt niet naar de persoon.
Zij zagen juist dat mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus dat voor de besnedenen.
God werkte namelijk in Petrus voor het apostelschap onder de besnedenen, en Hij werkte ook in mij onder de volken.
Jakobus, Cefas en Johannes golden als steunpilaren.
Zij erkenden de genade die mij gegeven was en gaven Barnabas en mij de rechterhand.
Wij zouden naar de volken gaan en zij naar de besnedenen.
Zij vroegen alleen dat wij aan de armen zouden denken, en daar heb ik mij ook voor ingezet.
Paulus spreekt Petrus aan
Maar toen Petrus in Antiochië kwam, sprak ik hem openlijk tegen.
Hij had namelijk ongelijk.
Voordat er mensen van Jakobus kwamen, at hij samen met de volken.
Maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af, uit angst voor de besnedenen.
De andere Joden deden met die schijnvertoning mee.
Zelfs Barnabas liet zich meeslepen.
Ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen.
Daarom zei ik tegen Petrus, waar iedereen bij was: Jij bent een Jood en leeft als iemand van de volken, niet als een Jood.
Waarom dwing je de volken dan om als Joden te leven?

Wij zijn van geboorte Joden en geen zondaars uit de volken.
Toch weten wij dat een mens niet rechtvaardig wordt door de werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus.
Daarom zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven.
Door de werken van de wet wordt namelijk niemand rechtvaardig.
Wij zoeken rechtvaardiging in Christus.
Blijken wij dan zelf zondaars, is Christus daarmee een dienaar van de zonde?
Absoluut niet.
Als ik weer opbouw wat ik afgebroken heb, maak ik mijzelf tot overtreder.
Door de wet ben ik namelijk gestorven voor de wet, om voor God te leven.
Ik ben met Christus gekruisigd.
Ik leef, maar niet meer ik: Christus leeft in mij.
Wat ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God.
Hij heeft mij liefgehad en Zijn leven voor mij gegeven.
Ik doe de genade van God niet teniet.
Komt de gerechtigheid door de wet, dan is Christus voor niets gestorven.

Download hoofdstuk als tekstbestand