Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Filemon 1
Neem hem aan als mijzelf
Groet en dank
Van Paulus, gevangene van Christus Jezus, en van Timotheüs, die bij ons hoort.
Aan Filemon, onze geliefde medewerker.
Aan Filemon, onze geliefde medewerker.
Ook aan Appia, onze geliefde, en aan Archippus, onze medestrijder, en aan de gemeenschap die bij jou thuis samenkomt.
Genade en vrede voor jullie, van God onze Vader en van de Heere Jezus Christus.
Ik dank mijn God en denk in mijn gebeden altijd aan jou.
Ik hoor namelijk van je liefde en van je geloof in de Heere Jezus en voor alle heiligen.
Ik bid dat het delen van je geloof krachtig wordt, doordat je al het goede leert kennen dat in ons is door Christus Jezus.
Je liefde heeft ons veel vreugde en troost gegeven, broeder.
Door jou zijn de harten van de heiligen opgefrist.
Door jou zijn de harten van de heiligen opgefrist.
Een verzoek voor Onesimus
Daarom, al kan ik je in Christus met veel vrijmoedigheid opdragen wat hoort,
vraag ik het liever met een beroep op de liefde.
Ik ben Paulus, een oud man en nu ook een gevangene van Jezus Christus.
Ik ben Paulus, een oud man en nu ook een gevangene van Jezus Christus.
Ik vraag je iets voor mijn zoon Onesimus.
Ik ben zijn vader geworden tijdens mijn gevangenschap.
Ik ben zijn vader geworden tijdens mijn gevangenschap.
Vroeger had je niets aan hem, maar nu is hij zowel voor jou als voor mij heel nuttig.
Ik stuur hem naar je terug.
Ik stuur hem naar je terug.
Neem hem weer aan.
Hij is mijn eigen hart.
Hij is mijn eigen hart.
Ik had hem graag bij mij gehouden, zodat hij mij namens jou kon dienen tijdens mijn gevangenschap voor het evangelie.
Maar ik wilde niets doen zonder jouw goedkeuring.
Zo is je goede daad niet gedwongen, maar uit vrije wil.
Zo is je goede daad niet gedwongen, maar uit vrije wil.
Misschien is hij juist daarom een korte tijd van je gescheiden geweest: zodat je hem voorgoed terug zou krijgen.
Nu niet meer als slaaf, maar als meer dan een slaaf: als een geliefde broeder.
Dat is hij voor mij, en hoeveel te meer voor jou, zowel als mens als in de Heere.
Dat is hij voor mij, en hoeveel te meer voor jou, zowel als mens als in de Heere.
Als je mij dus als een metgezel ziet, neem hem dan aan alsof hij mijzelf is.
En heeft hij je onrecht gedaan of is hij je iets schuldig, reken dat mij dan aan.
Ik, Paulus, schrijf dit met mijn eigen hand: ik zal het betalen.
Ik zal niet zeggen dat je jezelf aan mij schuldig bent.
Ik zal niet zeggen dat je jezelf aan mij schuldig bent.
Ja, broeder, laat mij dit plezier van je hebben in de Heere.
Fris mijn hart op in Christus.
Fris mijn hart op in Christus.
Ik schrijf je omdat ik op je gehoorzaamheid vertrouw.
Ik weet dat je zelfs meer zult doen dan ik zeg.
Ik weet dat je zelfs meer zult doen dan ik zeg.
Maak tegelijk ook een logeerplek voor mij klaar.
Ik hoop namelijk dat ik door jullie gebeden aan jullie teruggegeven word.
Ik hoop namelijk dat ik door jullie gebeden aan jullie teruggegeven word.
Epafras groet je, mijn medegevangene in Christus Jezus.
Markus, Aristarchus, Demas en Lukas groeten je ook, mijn medewerkers.
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met jullie geest.
Amen.
Amen.