Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Exodus 4

God geeft Mozes tekenen en stuurt hem terug naar Egypte

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
God geeft Mozes drie tekenen
Mozes antwoordde: Maar de Israëlieten zullen mij niet geloven en niet naar mij luisteren.
Ze zullen zeggen: De HEERE is niet aan u verschenen!

De HEERE vroeg hem: Wat heb je in je hand?
Mozes antwoordde: Een staf.
Hij zei: Gooi hem op de grond.
Mozes gooide de staf op de grond.
Die veranderde in een slang, en Mozes vluchtte ervoor.
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Steek je hand uit en pak de slang bij haar staart!
Mozes stak zijn hand uit en greep haar.
In zijn hand veranderde zij weer in een staf.
Doe dit zodat zij geloven dat de HEERE aan je is verschenen.
Hij is de God van hun voorouders: de God van Abraham, Izak en Jakob.

De HEERE zei verder tegen hem: Steek je hand onder je bovenkleed.
Mozes deed dat.
Toen hij zijn hand weer tevoorschijn haalde, was die melaats en wit als sneeuw.
Toen zei Hij: Steek je hand opnieuw onder je bovenkleed.
Mozes deed dat.
Toen hij zijn hand weer tevoorschijn haalde, was die weer gezond, net als de rest van zijn lichaam.
Als zij je niet geloven en niet luisteren naar wat het eerste teken hun zegt, zullen ze luisteren naar wat het tweede teken hun zegt.
Als zij zelfs deze twee tekenen niet geloven en niet naar je luisteren, neem dan water uit de rivier.
Giet het op de droge grond.
Het water dat je uit de rivier neemt, zal daar in bloed veranderen.

Aäron wordt Mozes’ woordvoerder
Mozes zei tegen de HEERE: Och Heere, ik kan niet goed spreken.
Dat kon ik vroeger al niet en ook niet sinds U met Uw dienaar sprak.
Ik spreek langzaam en moeizaam.

De HEERE antwoordde: Wie heeft de mond van de mens gemaakt?
Wie maakt iemand stom of doof, ziend of blind?
Ben ik het niet, de HEERE?

Ga nu.
Ik zal met je mond zijn en je leren wat je moet zeggen.

Maar Mozes zei: Och Heere, stuur toch iemand anders.
Toen werd de HEERE boos op Mozes.
Hij zei: Aäron de Leviet is toch je broer?
Ik weet dat hij heel goed kan spreken.
Hij komt je al tegemoet.
Wanneer hij je ziet, zal hij daar van harte blij om zijn.

Jij moet tegen hem spreken en hem vertellen welke woorden hij moet gebruiken.
Ik zal met jouw mond en met zijn mond zijn.
Ik zal jullie leren wat jullie moeten doen.

Hij zal namens jou tot het volk spreken.
Hij zal jouw mond zijn, en jij zult voor hem als een god zijn.

Neem deze staf in je hand.
Daarmee zul je de tekenen doen.

Mozes keert met zijn gezin terug naar Egypte
Mozes ging terug naar zijn schoonvader Jethro en zei: Laat mij alstublieft teruggaan naar mijn familieleden in Egypte om te zien of zij nog leven.
Jethro antwoordde: Ga in vrede!
De HEERE zei ook tegen Mozes in Midian: Ga terug naar Egypte, want alle mannen die je wilden doden, zijn gestorven.
Mozes zette zijn vrouw en zijn zonen op een ezel en reisde met hen terug naar Egypte.
Hij nam de staf van God in zijn hand.
God geeft Zijn boodschap voor Farao
De HEERE zei tegen Mozes: Als je terugkeert naar Egypte, doe dan voor Farao alle wonderen die ik je in handen heb gegeven.
Maar ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet laat gaan.

Dan moet je tegen Farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Israël is mijn zoon, mijn eerstgeborene.
Ik heb tegen u gezegd: Laat mijn zoon gaan, zodat hij mij kan dienen.
Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan.
Daarom zal ik uw zoon, uw eerstgeborene, doden!

De ontmoeting onderweg en de besnijdenis
Onderweg, bij een overnachtingsplaats, kwam de HEERE hem tegen en wilde hem doden.
Toen nam Zippora een stenen mes en besneed de voorhuid van haar zoon.
Ze wierp die voor zijn voeten en zei: Jij bent werkelijk mijn bloedbruidegom!
Toen liet Hij hem met rust.
Zij zei: Bloedbruidegom!
Dat kwam door de besnijdenis.
Aäron en Mozes spreken tot de oudsten
De HEERE zei ook tegen Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn.
Aäron ging op weg, ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.
Mozes vertelde Aäron alle woorden van de HEERE, die hem had gestuurd.
Ook vertelde hij hem over alle tekenen die Hij hem had opgedragen uit te voeren.
Daarna gingen Mozes en Aäron op weg en riepen alle oudsten van de Israëlieten bijeen.
Aäron vertelde hun alles wat de HEERE tegen Mozes had gezegd.
Daarna deed hij de tekenen voor de ogen van het volk.
Het volk geloofde hun woorden.
De Israëlieten hoorden dat de HEERE naar hen had omgezien en hun onderdrukking had gezien.
Toen bogen zij hun hoofd en aanbaden Hem.

Download hoofdstuk als tekstbestand