Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Exodus 29
De inwijding van Aäron en zijn zonen
Voorbereiding op de priesterwijding
Dit moet je doen om Aäron en zijn zonen te heiligen, zodat zij mij als priesters dienen.
Neem één jonge stier en twee rammen zonder gebrek.
Neem één jonge stier en twee rammen zonder gebrek.
Neem ook ongezuurd brood, ongezuurde koeken met olie gemengd en ongezuurde platte broden met olie bestreken.
Maak ze van fijne tarwebloem.
Maak ze van fijne tarwebloem.
Leg al het brood in één mand.
Breng de mand samen met de jonge stier en de twee rammen naar voren.
Breng de mand samen met de jonge stier en de twee rammen naar voren.
Breng Aäron en zijn zonen naar de ingang van de ontmoetingstent en was hen met water.
Neem de heilige kleding en trek Aäron het onderkleed, de mantel van de efod, de efod en het borststuk aan.
Bind de kunstige riem van de efod om hem heen.
Bind de kunstige riem van de efod om hem heen.
Zet de tulband op zijn hoofd en bevestig de heilige kroon aan de tulband.
Neem de zalfolie, giet die over zijn hoofd en zalf hem zo.
Breng daarna zijn zonen naar voren en trek hun de onderkleren aan.
Bind Aäron en zijn zonen de gordels om en zet hun mutsen op.
Het priesterschap zal voor hen een eeuwige instelling zijn.
Zo moet je Aäron en zijn zonen inwijden.
Het priesterschap zal voor hen een eeuwige instelling zijn.
Zo moet je Aäron en zijn zonen inwijden.
De jonge stier als zondoffer
Breng de jonge stier voor de ontmoetingstent.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Slacht de jonge stier voor de HEERE, bij de ingang van de ontmoetingstent.
Neem wat bloed van de jonge stier en strijk het met je vinger op de horens van het altaar.
Giet de rest van het bloed uit aan de voet van het altaar.
Giet de rest van het bloed uit aan de voet van het altaar.
Neem al het vet dat de ingewanden bedekt, het vlies over de lever, beide nieren en het vet eraan.
Verbrand dit alles op het altaar.
Verbrand dit alles op het altaar.
Verbrand buiten het kamp het vlees, de huid en de mest van de jonge stier.
Het is een zondoffer.
Het is een zondoffer.
De eerste ram als brandoffer
Neem daarna de eerste ram.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Slacht de ram, neem zijn bloed en sprenkel het rondom tegen het altaar.
Snijd de ram in stukken.
Was zijn ingewanden en poten en leg die bij de stukken en de kop.
Was zijn ingewanden en poten en leg die bij de stukken en de kop.
Verbrand daarna de hele ram op het altaar.
Het is een brandoffer voor de HEERE, een aangename geur en een vuuroffer voor de HEERE.
Het is een brandoffer voor de HEERE, een aangename geur en een vuuroffer voor de HEERE.
De ram voor de inwijding
Neem vervolgens de tweede ram.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Laat Aäron en zijn zonen hun handen op zijn kop leggen.
Slacht de ram.
Strijk wat bloed op Aärons rechteroorlel en op de rechteroorlel van elk van zijn zonen.
Strijk ook bloed op de duim van hun rechterhand en de grote teen van hun rechtervoet.
Sprenkel het overige bloed rondom tegen het altaar.
Strijk wat bloed op Aärons rechteroorlel en op de rechteroorlel van elk van zijn zonen.
Strijk ook bloed op de duim van hun rechterhand en de grote teen van hun rechtervoet.
Sprenkel het overige bloed rondom tegen het altaar.
Neem wat bloed van het altaar en wat zalfolie.
Sprenkel dit over Aäron, zijn kleding, zijn zonen en hun kleding.
Zo worden Aäron, zijn kleding, zijn zonen en hun kleding geheiligd.
Sprenkel dit over Aäron, zijn kleding, zijn zonen en hun kleding.
Zo worden Aäron, zijn kleding, zijn zonen en hun kleding geheiligd.
Neem van de inwijdingsram het vet, de staart en het vet rond de ingewanden.
Neem ook het vlies over de lever, beide nieren met hun vet en de rechterschouder.
Neem ook het vlies over de lever, beide nieren met hun vet en de rechterschouder.
Neem uit de mand met ongezuurd brood die voor de HEERE staat één broodbol, één met olie bereid brood en één platte koek.
Leg dit alles op de handen van Aäron en zijn zonen.
Beweeg het heen en weer als een beweegoffer voor de HEERE.
Beweeg het heen en weer als een beweegoffer voor de HEERE.
Neem het daarna uit hun handen en verbrand het op het altaar, boven op het brandoffer.
Het is een aangename geur voor de HEERE, een vuuroffer voor de HEERE.
Het is een aangename geur voor de HEERE, een vuuroffer voor de HEERE.
Neem de borst van Aärons inwijdingsram en beweeg die als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE.
Dat deel is voor jou.
Dat deel is voor jou.
Heilig de borst die als beweegoffer is bewogen, en de schouder die als offerbijdrage is opgeheven.
Beide komen van de inwijdingsram voor Aäron en zijn zonen.
Beide komen van de inwijdingsram voor Aäron en zijn zonen.
Deze delen zijn voor Aäron en zijn zonen.
Dit is een eeuwige instelling voor de Israëlieten.
Zij moeten deze offerbijdrage uit hun dankoffers aan de HEERE geven.
Dit is een eeuwige instelling voor de Israëlieten.
Zij moeten deze offerbijdrage uit hun dankoffers aan de HEERE geven.
De priesterkleren en de heilige maaltijd
Na Aärons dood moeten zijn heilige kleren naar de zoon gaan die hem opvolgt.
Die zoon moet daarin gezalfd en ingewijd worden.
Die zoon moet daarin gezalfd en ingewijd worden.
De zoon die hem als priester opvolgt en het heilige in de ontmoetingstent dient, moet die kleren zeven dagen dragen.
Neem de inwijdingsram en kook zijn vlees op de heilige plaats.
Aäron en zijn zonen moeten het vlees van deze ram en het brood uit de mand eten bij de ingang van de ontmoetingstent.
Zij moeten eten van de offers waarmee verzoening is gedaan om hen in te wijden en te heiligen.
Niemand buiten Aärons familie mag ervan eten, want ze zijn heilig.
Niemand buiten Aärons familie mag ervan eten, want ze zijn heilig.
Als er tot de ochtend vlees van het inwijdingsoffer of brood overblijft, moet je het verbranden.
Het mag niet worden gegeten, want het is heilig.
Het mag niet worden gegeten, want het is heilig.
Zeven dagen van inwijding
Doe met Aäron en zijn zonen precies alles wat ik je heb opgedragen.
Wijd hen zeven dagen lang in.
Wijd hen zeven dagen lang in.
Bereid elke dag een jonge stier als zondoffer om verzoening te doen.
Reinig het altaar van zonde door er verzoening voor te doen.
Zalf het altaar om het te heiligen.
Reinig het altaar van zonde door er verzoening voor te doen.
Zalf het altaar om het te heiligen.
Doe zeven dagen lang verzoening voor het altaar en heilig het.
Daarna is het altaar allerheiligst.
Alles wat het altaar aanraakt, wordt heilig.
Daarna is het altaar allerheiligst.
Alles wat het altaar aanraakt, wordt heilig.
Het dagelijkse brandoffer
Offer voortdurend elke dag twee lammeren van één jaar oud op het altaar.
Offer het ene lam in de ochtend en het andere tegen de avond.
Offer bij het eerste lam circa 2 liter fijn meel, gemengd met circa 1 liter olie van fijngestoten olijven.
Geef ook circa 1 liter wijn als drankoffer.
Geef ook circa 1 liter wijn als drankoffer.
Offer het andere lam tegen de avond.
Breng daarbij hetzelfde graanoffer en drankoffer als in de ochtend.
Dit alles geeft een aangename geur en is een vuuroffer voor de HEERE.
Breng daarbij hetzelfde graanoffer en drankoffer als in de ochtend.
Dit alles geeft een aangename geur en is een vuuroffer voor de HEERE.
Dit moet bij alle volgende generaties een voortdurend brandoffer zijn bij de ingang van de ontmoetingstent, voor het aangezicht van de HEERE.
Daar zal ik jullie ontmoeten en met jou spreken.
Daar zal ik jullie ontmoeten en met jou spreken.
God woont in het midden van Israël
Daar zal ik de Israëlieten ontmoeten.
Zij zullen door mijn heerlijkheid geheiligd worden.
Zij zullen door mijn heerlijkheid geheiligd worden.
Ik zal de ontmoetingstent en het altaar heiligen.
Ook zal ik Aäron en zijn zonen heiligen, zodat zij mij als priesters dienen.
Ook zal ik Aäron en zijn zonen heiligen, zodat zij mij als priesters dienen.
Ik zal in het midden van de Israëlieten wonen en hun God zijn.
Zij zullen weten dat ik de HEERE, hun God, ben.
Ik heb hen uit Egypte geleid om in hun midden te wonen.
Ik ben de HEERE, hun God.
Ik heb hen uit Egypte geleid om in hun midden te wonen.
Ik ben de HEERE, hun God.