Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Esther 6

Eer voor Mordechai

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
De koning kan niet slapen
Die nacht kon de koning niet slapen.
Hij liet het boek van de kronieken halen, en het werd hem voorgelezen.
Daarin stond geschreven dat Mordechai Bigthana en Theres had aangegeven.
Dat waren twee hofbeambten van de koning die de drempel bewaakten en koning Ahasveros hadden willen doden.
De koning zei: Wat voor eer en onderscheiding heeft Mordechai hiervoor gekregen?
De jonge mannen die hem dienden, zeiden: Hij heeft niets gekregen.
Toen zei de koning: Wie is er in de hof?
Haman was net in de buitenhof van het paleis gekomen.
Hij wilde de koning vragen Mordechai op te hangen aan de paal die hij voor hem had laten maken.
De jonge mannen van de koning zeiden tegen hem: Kijk, Haman staat in de hof.
De koning zei: Laat hem binnenkomen.
Haman moet Mordechai eren
Toen Haman binnenkwam, zei de koning tegen hem: Wat moet men doen met de man aan wie de koning graag eer bewijst?
Haman dacht bij zichzelf: Aan wie zou de koning liever eer bewijzen dan aan mij?
Daarom zei Haman tegen de koning: Voor de man aan wie de koning graag eer bewijst,
moet men het koninklijke kleed halen dat de koning zelf draagt, en het paard waarop de koning rijdt.
Ook moet de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worden.

Dat kleed en dat paard moeten aan een van de hoogste leiders van de koning gegeven worden.
Die trekt de man het kleed aan aan wie de koning graag eer bewijst.
Hij laat hem op dat paard door de straten van de stad rijden.
Voor hem uit roept hij: Zo doet men met de man aan wie de koning graag eer bewijst!

Toen zei de koning tegen Haman: Haast u, neem dat kleed en dat paard.
Doe zo met Mordechai, de Jood, die bij de poort van de koning zit.
Laat niets weg van alles wat u gezegd hebt.

Haman nam dat kleed en dat paard.
Hij trok Mordechai het kleed aan en liet hem door de straten van de stad rijden.
Voor hem uit riep hij: Zo doet men met de man aan wie de koning graag eer bewijst!
Daarna ging Mordechai terug naar de poort van de koning.
Maar Haman haastte zich naar huis, treurig en met bedekt hoofd.
Haman vertelde zijn vrouw Zeres en al zijn vrienden wat hem overkomen was.
Zijn wijze raadgevers en zijn vrouw Zeres zeiden tegen hem: U bent al begonnen te vallen voor Mordechai.
Als hij uit het Joodse volk is, kunt u niets tegen hem beginnen.
U zult zeker voor hem vallen.

Terwijl zij nog met hem spraken, kwamen de hofbeambten van de koning.
Zij haastten zich om Haman naar het maal te brengen dat Esther klaargemaakt had.

Download hoofdstuk als tekstbestand