Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Boek der Wijsheid 8
Ik zocht haar als bruid
Wat zij waard is
Zij reikt van het ene einde tot het andere einde, en zij bestuurt alles goed.
Ik heb haar liefgehad en vanaf mijn jeugd gezocht.
Ik heb geprobeerd haar als bruid te krijgen en ik ben van haar schoonheid gaan houden.
Ik heb geprobeerd haar als bruid te krijgen en ik ben van haar schoonheid gaan houden.
Zij maakt haar voorname afkomst prachtig doordat zij met God omgaat, en de Heere van alles heeft haar lief.
Want zij is een leermeesteres van de kennis van God, en zij kiest uit Zijn werken.
En als rijkdom in het leven een heel begerenswaardig bezit is, wat is er dan rijker dan de wijsheid, die alles bewerkt?
En als vindingrijkheid iets tot stand brengt, wie is er dan onder alles wat bestaat een grotere kunstenaar dan zij?
En als iemand van gerechtigheid houdt: al haar werk is niets dan deugd.
Want zij leert je nuchterheid en verstand, gerechtigheid en moed, en dat is voor een mens in het leven nuttiger dan wat ook.
Want zij leert je nuchterheid en verstand, gerechtigheid en moed, en dat is voor een mens in het leven nuttiger dan wat ook.
En als iemand ervaring in veel dingen zoekt: zij kent de oude geschiedenissen en raadt wat komen gaat.
Zij weet hoe woorden verdraaid worden en hoe je raadsels oplost.
Zij weet tekenen en wonderen van tevoren, en de afloop van gelegenheden en tijden.
Zij weet hoe woorden verdraaid worden en hoe je raadsels oplost.
Zij weet tekenen en wonderen van tevoren, en de afloop van gelegenheden en tijden.
Wat zij mij zou brengen
Daarom heb ik besloten haar bij mij te halen om met mij te leven, want ik weet dat zij mij zal raden wat goed is en dat zij mij zal bemoedigen in zorg en verdriet.
Door haar zal ik aanzien hebben bij het volk, en al ben ik jong, eer bij de ouderen.
Ik zal in de rechtszaal scherpzinnig blijken, en de machtigen zullen zich over mij verwonderen.
Als ik zwijg, zullen zij op mij wachten.
Als ik spreek, zullen zij opletten.
En als ik doorspreek, zullen zij hun hand op hun mond leggen.
Als ik spreek, zullen zij opletten.
En als ik doorspreek, zullen zij hun hand op hun mond leggen.
Door haar zal ik onsterfelijkheid hebben, en ik zal een blijvende herinnering achterlaten voor wie na mij komen.
Ik zal volken regeren, en naties zullen mij onderworpen zijn.
Verschrikkelijke tirannen zullen bang zijn als zij van mij horen.
Onder de menigte zal ik mij goed laten zien, en in de oorlog als een man.
En als ik thuiskom, zal ik bij haar rust hebben.
Onder de menigte zal ik mij goed laten zien, en in de oorlog als een man.
En als ik thuiskom, zal ik bij haar rust hebben.
Want met haar omgaan geeft geen verdriet en met haar leven doet geen pijn, maar het geeft vreugde en blijdschap.
Alleen God kan haar geven
Toen ik dit bij mijzelf overwoog en in mijn hart bedacht dat er in de verwantschap met de wijsheid onsterfelijkheid zit,
en in haar vriendschap goed genoegen, en in al het werk van haar handen rijkdom die niet opraakt, en dat je door met haar om te gaan verstandig wordt, en dat er in het delen van haar woorden een goede naam ligt, toen ging ik op zoek hoe ik haar bij mij kon krijgen.
Ik was een goedaardig kind en ik had een goede ziel gekregen.
Of liever: omdat ik goed was, ben ik in een zuiver lichaam gekomen.
En toen ik begreep dat ik haar niet zou krijgen als God haar mij niet gaf — en ook dat inzien was al verstandig, namelijk weten van wie die genade komt — ging ik naar de Heere toe, bad ik tot Hem en sprak ik uit heel mijn hart: