Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
3 Meqabyan 8
Job en het geduld
Job vertrouwde op God
Job vertrouwde op God, en Hij redde hem uit alle benauwdheid die de duivel, de vijand van de mens, over hem gebracht had.
Want zonder aarzelen zegende hij God, zijn God, en hij liet zijn hart geen verdriet doen om de benauwdheid die hem overkomen was.
Hij zei: God heeft gegeven en God heeft genomen; het is gegaan zoals God het wilde.
Laat in alles de naam van God geprezen zijn, in de hemel en op de aarde.
Want zonder aarzelen zegende hij God, zijn God, en hij liet zijn hart geen verdriet doen om de benauwdheid die hem overkomen was.
Hij zei: God heeft gegeven en God heeft genomen; het is gegaan zoals God het wilde.
Laat in alles de naam van God geprezen zijn, in de hemel en op de aarde.
En toen God zag dat het hart van Job zuiver was, ontving God hem met grote eer.
En Hij gaf hem meer rijkdom dan hij eerst had en genas hem van zijn zweren, omdat hij alles wat hem overkomen was volgehouden had.
Want hij was buitengewoon geduldig.
Want hij was buitengewoon geduldig.
Wees dan geduldig
En zo is het ook met jou: als je geduldig blijft onder de benauwdheden die naar je gestuurd worden, zul je gelukkig zijn.
Wees dan geduldig en laat je hart niet verslappen door de benauwdheid die je overkomt, zodat God een toevlucht voor je is tegen wie zich tegen je keren, en ook voor je kinderen en je kleinkinderen na jou.
Vertrouw op Hem, en Hij zal een toevlucht voor je zijn.
Roep Hem aan, en Hij zal naar je luisteren.
Hoop op Hem, en Hij zal Zich over je ontfermen.
Bid tot Hem, en Hij zal een vader voor je zijn.
Roep Hem aan, en Hij zal naar je luisteren.
Hoop op Hem, en Hij zal Zich over je ontfermen.
Bid tot Hem, en Hij zal een vader voor je zijn.
Denk aan Esther en Mordechai, aan Judit, aan Gideon, Barak, Debora, Simson en Jefta.
En denk aan de anderen die net als zij vast op God vertrouwd hebben, en hun vijanden hebben hen niet overwonnen.
God ziet de persoon niet aan
Wie hun kwaad wilden doen, vergeldt Hij dat kwaad, want God is rechtvaardig en Hij trekt niemand voor.
Van allen die ontzag voor Hem hebben en rechtvaardig leven, bewaart Hij de ziel, en Hij geeft hun eer en genade.
Van allen die ontzag voor Hem hebben en rechtvaardig leven, bewaart Hij de ziel, en Hij geeft hun eer en genade.
En Hij maakt hen blij bij hun binnenkomen en bij hun uitgaan, in hun dood en in hun leven, in hun rust en in hun opstanding.
Want Hij maakt levend en Hij doodt.
Want Hij maakt levend en Hij doodt.
En Hij slaat en Hij ontfermt Zich.
En Hij maakt arm en Hij geeft overvloed, en Hij vernedert en Hij verhoogt.