Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Samuel 9

David en Mefiboseth

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
David toont trouw aan Mefiboseth
David vroeg: Is er nog iemand over van het huis van Saul?
Dan wil ik hem goed doen omwille van Jonathan.

Het huis van Saul had een dienaar die Ziba heette.
Hij werd bij David geroepen.
De koning vroeg hem: Ben jij Ziba?
Hij zei: Uw dienaar.
De koning vroeg: Is er nog iemand van het huis van Saul, aan wie ik de goedheid van God kan bewijzen?
Ziba zei tegen de koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die aan beide voeten verlamd is.
De koning vroeg hem: Waar is hij?
Ziba zei tegen de koning: Kijk, hij is in het huis van Machir, de zoon van Ammiël, in Lodebar.
Toen liet koning David hem halen uit het huis van Machir, de zoon van Ammiël, in Lodebar.
Toen Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van Saul, bij David kwam, viel hij op zijn gezicht en boog zich neer.
David zei: Mefiboseth!
Hij zei: Hier is uw dienaar.
David zei tegen hem: Wees niet bang.
Ik zal je zeker goed doen omwille van je vader Jonathan.
Ik geef je alle akkers van je grootvader Saul terug.
En je zult altijd aan mijn tafel eten.

Hij boog zich en zei: Wat is uw dienaar, dat u omziet naar een dode hond zoals ik?
Toen riep de koning Ziba, de dienaar van Saul.
Hij zei tegen hem: Alles wat van Saul en zijn hele familie was, heb ik aan de kleinzoon van je heer gegeven.
Jij moet met je zonen en je slaven het land voor hem bewerken en de oogst binnenbrengen.
Dan heeft de kleinzoon van je heer brood om te eten.
Maar Mefiboseth, de kleinzoon van je heer, zal altijd aan mijn tafel eten.

Ziba had vijftien zonen en twintig slaven.
Ziba zei tegen de koning: Uw dienaar zal alles doen wat mijn heer de koning zijn dienaar opdraagt.
Zo at Mefiboseth aan de tafel van David als een van de zonen van de koning.
Mefiboseth had een jonge zoon die Micha heette.
Allen die in het huis van Ziba woonden, waren dienaren van Mefiboseth.
Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, want hij at altijd aan de tafel van de koning.
Hij was kreupel aan beide voeten.

Download hoofdstuk als tekstbestand