Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Samuel 12

Nathan bestraft David

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De gelijkenis van het ooilam
De HEERE stuurde Nathan naar David.
Hij kwam bij hem en zei tegen hem: Er waren twee mannen in een stad.
De een was rijk en de ander arm.

De rijke had heel veel schapen en runderen.
Maar de arme had helemaal niets, behalve één klein ooilam dat hij gekocht had.
Hij had het grootgebracht, en het was bij hem en zijn kinderen opgegroeid.
Het at van zijn brood, dronk uit zijn beker en sliep in zijn armen.
Het was voor hem als een dochter.

Er kwam een reiziger bij de rijke man.
Maar hij wilde geen van zijn eigen schapen of runderen nemen om voor zijn gast klaar te maken.
Hij nam het ooilam van de arme man en maakte dat klaar voor zijn gast.

Toen werd David heel kwaad op die man.
Hij zei tegen Nathan: Zo waar de HEERE leeft, de man die dat gedaan heeft, verdient de dood!
Dat ooilam moet hij vier keer vergoeden, omdat hij dit gedaan heeft en geen medelijden heeft gehad.
Toen zei Nathan tegen David: U bent die man!
Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb jou tot koning over Israël gezalfd.
Ik heb je gered uit de macht van Saul.

Ik heb je het huis van je heer gegeven, en de vrouwen van je heer in je armen gelegd.
Ik heb je het huis van Israël en Juda gegeven.
En als dat te weinig was, had ik je nog veel meer gegeven.

Waarom heb je dan het woord van de HEERE veracht door te doen wat slecht is in Zijn ogen?
Je hebt Uria, de Hethiet, met het zwaard gedood en zijn vrouw als je eigen vrouw genomen.
Hem heb je gedood met het zwaard van de Ammonieten.

Daarom zal het zwaard nooit meer wijken van je huis.
Want je hebt mij veracht en de vrouw van Uria, de Hethiet, als je vrouw genomen.

Zo zegt de HEERE: Let op, ik zal uit je eigen huis onheil over je laten komen.
Ik zal voor je ogen je vrouwen nemen en ze aan een ander geven.
Die zal op klaarlichte dag met je vrouwen slapen.

Want jij hebt het in het geheim gedaan, maar ik zal dit doen voor heel Israël en op klaarlichte dag.
Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE.
Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen.
U zult niet sterven.

Maar door wat u gedaan hebt, hebt u de vijanden van de HEERE alle reden gegeven om te lasteren.
Daarom zal de zoon die u geboren is, zeker sterven.

Toen ging Nathan naar huis.
De HEERE trof het kind dat de vrouw van Uria David had gebaard, en het werd heel ziek.
Het kind sterft; de geboorte van Salomo
David smeekte God voor de jongen.
David vastte, en als hij binnenkwam, bracht hij de nacht op de grond door.
De oudsten van zijn huis kwamen bij hem om hem van de grond te laten opstaan.
Maar hij wilde niet en at niet met hen.
Op de zevende dag stierf het kind.
De dienaren van David durfden hem niet te vertellen dat het kind dood was.
Zij zeiden: Kijk, toen het kind nog leefde, spraken wij hem toe, maar hij luisterde niet naar ons.
Hoe kunnen wij hem dan zeggen dat het kind dood is?
Hij zou zichzelf iets aandoen.

Maar David zag dat zijn dienaren met elkaar fluisterden.
Toen begreep David dat het kind dood was.
David vroeg zijn dienaren: Is het kind dood?
Zij zeiden: Het is dood.
Toen stond David op van de grond.
Hij waste en zalfde zich en trok andere kleren aan.
Hij ging naar het huis van de HEERE en aanbad.
Daarna ging hij naar zijn eigen huis en vroeg om eten.
Zij zetten hem eten voor, en hij at.
Zijn dienaren vroegen hem: Wat doet u nu?
Toen het kind nog leefde, hebt u gevast en gehuild.
Maar nu het kind gestorven is, staat u op en eet u.

Hij zei: Toen het kind nog leefde, heb ik gevast en gehuild.
Want ik dacht: Wie weet, misschien is de HEERE mij genadig en blijft het kind in leven.

Maar nu is het dood.
Waarom zou ik nog vasten?
Kan ik het soms terughalen?
Ik zal naar hem toe gaan, maar hij zal niet bij mij terugkomen.

Daarna troostte David zijn vrouw Bathseba.
Hij ging naar haar toe en sliep met haar.
Zij kreeg een zoon en noemde hem Salomo.
De HEERE hield van hem.
Hij liet dat weten door de profeet Nathan, die hem Jedidja noemde, omwille van de HEERE.
De inname van Rabba
Joab streed tegen Rabba van de Ammonieten en nam de koninklijke stad in.
Toen stuurde Joab boden naar David en liet zeggen: Ik heb tegen Rabba gestreden en ook de waterstad ingenomen.
Verzamel nu de rest van het volk, beleger de stad en neem haar in.
Anders neem ik de stad in, en wordt mijn naam eraan verbonden.

Toen verzamelde David het hele volk en trok naar Rabba.
Hij streed tegen de stad en nam haar in.
Hij nam de kroon van hun koning van zijn hoofd.
Die woog ongeveer 34 kilo goud en was met edelstenen bezet.
Die kroon werd op het hoofd van David gezet.
Ook nam hij een zeer grote buit uit de stad mee.
Het volk dat er woonde, voerde hij weg.
Hij legde hen onder zagen, ijzeren dorssleden en ijzeren bijlen, en liet hen door de steenoven gaan.
Zo deed hij met alle steden van de Ammonieten.
Daarna keerden David en het hele volk terug naar Jeruzalem.

Download hoofdstuk als tekstbestand