Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

2 Meqabyan 12

Het einde van Tsirutsaydan

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Wee jullie, machtigen van Israël
Wee jullie, machtigen van Israël, die niet bewaard hebben wat ik jullie in de tabernakel opgedragen heb en die mijn wil niet gedaan hebben, maar alleen jullie eigen wil: hoogmoed en grootspraak en hoererij en vraatzucht en dronkenschap en drinkgelagen en valse eden.
En daarom zal mijn toorn tegen jullie ontbranden als stoppels voor het vuur, als vuur dat de bergen verbrandt, en als een wervelwind die het lichte stof van de aarde opneemt en hoog in de lucht verstrooit, waar van zijn werk geen spoor meer te vinden is.
En zo zal ik iedereen die kwaad doet van voor mijn aangezicht wegvagen, zegt God, de Heilige van Israël.
En denk aan God, die over alles heerst en tegen wie niemand het wint.
En Hij heeft lief wie Hem liefhebben, en Hij vergeeft hun hun zonden en hun overtredingen, wie naar Zijn gebod leven.
Wees daarom niet verbijsterd en niet dof van hart tot ongeloof.
En maak jullie ziel recht voor God en word zoals Hij, zodat jullie je ziel behouden.
En Hij zal jullie redden uit de hand van jullie vijanden op de dag van jullie benauwdheid.
Ik ben met je
En wanneer jullie mij aanroepen, zal ik tegen jullie zeggen: Kijk, ik ben met jullie, en ik zal jullie redden uit de hand van jullie vijanden, en ik zal jullie niet in de steek laten op de dag van jullie benauwdheid, omdat jullie op mij vertrouwd hebben en mijn geboden gedaan hebben, omdat jullie niet van mijn wet afgeweken zijn en liefgehad hebben wat ik liefheb, zegt God, die over alles heerst.
En wie Hem liefhebben, heeft Hij lief, en wie zich aan Zijn gebod houden, beschermt Hij, want Hij is barmhartig en genadig.
En vaak keert Hij Zijn toorn af en laat Hij Zijn straf niet in volle hevigheid komen, want Hij is barmhartig, omdat Hij weet dat zij vlees en bloed zijn, en dat zij terugkeren naar hun stof wanneer hun ziel uit hun lichaam gaat.
En zij weten niet waar zij zijn, totdat God wil dat Hij hen terughaalt uit waar zij niet zijn.
Want Hij schiep hen uit het niet-bestaande, en later nam Hij hun ziel en liet Hij het stof terugkeren naar zijn grond.
En dan brengt Hij hen opnieuw uit het niet-bestaande tot het bestaan, zoals Hij het wil.
De engel van de dood
En Tsirutsaydan, de tegenstander van God, maakte zijn hoogmoed tegenover God alleen maar groter.
En toen Hij hem met rust liet tot de tijd die Hij wilde, verhief hij zichzelf.
En hij zei: Mijn dagen zijn geworden als de dagen van de hemel, en ik ben het die de zon laat opgaan, en ik zal tot in eeuwigheid niet sterven.
En terwijl hij dat woord nog niet afgemaakt had, kwam de engel van de dood naar beneden, die Telmyakos heet, en sloeg hem in zijn hart.
En hij stierf op datzelfde moment, en hij verdween uit de luister van zijn positie, uit de grootheid van zijn hoogmoed en uit het kwaad van zijn werk, omdat hij zijn Schepper niet gedankt had.
En de legers van de koning van de Chaldeeën lagen buiten zijn stad gelegerd om tegen hem te vechten.
En toen hij gestorven was, trokken zij uit en verwoestten zij zijn land, zij plunderden al zijn vee en zij lieten niets over, zodat er binnen de muren niets bewaard bleef.
En al zijn bezit plunderden zij, de vaten namen zij mee, zij staken zijn stad in brand en zij keerden terug naar hun land.

Download hoofdstuk als tekstbestand