Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
1 Thessalonicenzen 2
Hoe wij bij jullie waren
Eerlijk en zorgzaam
Broeders, jullie weten zelf dat ons bezoek bij jullie niet voor niets is geweest.
Wij hadden eerst geleden en waren mishandeld in Filippi, zoals jullie weten.
Toch kregen wij vrijmoedigheid in onze God om het evangelie van God aan jullie te brengen, onder veel tegenstand.
Toch kregen wij vrijmoedigheid in onze God om het evangelie van God aan jullie te brengen, onder veel tegenstand.
Onze oproep kwam niet uit dwaling, niet uit onreinheid en niet met bedrog.
God heeft ons beproefd en ons het evangelie toevertrouwd.
Zo spreken wij, niet om mensen te behagen maar God, die ons hart toetst.
Zo spreken wij, niet om mensen te behagen maar God, die ons hart toetst.
Wij hebben nooit gevleid, zoals jullie weten, en nooit iets verborgen uit hebzucht.
God is getuige.
God is getuige.
Wij zochten geen eer bij mensen, niet bij jullie en niet bij anderen.
Als apostelen van Christus hadden wij jullie tot last kunnen zijn.
Als apostelen van Christus hadden wij jullie tot last kunnen zijn.
Maar wij waren vriendelijk onder jullie, zoals een moeder haar kinderen koestert.
Wij waren zo op jullie gesteld dat wij jullie graag niet alleen het evangelie van God gaven, maar ook onszelf.
Jullie waren ons namelijk lief geworden.
Jullie waren ons namelijk lief geworden.
Broeders, jullie herinneren je ons harde werken.
Wij werkten dag en nacht om niemand van jullie tot last te zijn, terwijl wij het evangelie van God verkondigden.
Wij werkten dag en nacht om niemand van jullie tot last te zijn, terwijl wij het evangelie van God verkondigden.
Jullie zijn getuigen, en God ook, hoe heilig, rechtvaardig en onberispelijk wij waren bij jullie die geloven.
Jullie weten hoe wij ieder van jullie bemoedigden en troostten, zoals een vader zijn kinderen doet.
Wij drongen erop aan dat jullie zouden leven zoals het God past, die jullie roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid.
Jullie hebben het woord aangenomen
Daarom danken wij God ook steeds.
Jullie hebben het woord van God dat jullie van ons hoorden, niet aangenomen als woord van mensen.
Jullie namen het aan als wat het echt is: het woord van God, dat ook werkt in jullie die geloven.
Jullie hebben het woord van God dat jullie van ons hoorden, niet aangenomen als woord van mensen.
Jullie namen het aan als wat het echt is: het woord van God, dat ook werkt in jullie die geloven.
Broeders, jullie zijn gaan lijken op de gemeenschappen van God in Judea, die in Christus Jezus zijn.
Jullie hebben namelijk hetzelfde geleden van je eigen volksgenoten als zij van de Joden.
Jullie hebben namelijk hetzelfde geleden van je eigen volksgenoten als zij van de Joden.
Die hebben de Heere Jezus gedood en hun eigen profeten, en ons vervolgd.
Zij behagen God niet en staan tegenover alle mensen.
Zij behagen God niet en staan tegenover alle mensen.
Zij houden ons tegen om tot de volken te spreken over hun redding.
Zo maken zij de maat van hun zonden vol.
Maar de toorn is over hen gekomen, tot het einde toe.
Zo maken zij de maat van hun zonden vol.
Maar de toorn is over hen gekomen, tot het einde toe.
Broeders, wij zijn korte tijd van jullie gescheiden geweest, uit het oog maar niet uit het hart.
Daardoor hebben wij des te meer ons best gedaan om jullie te zien, met groot verlangen.
Daardoor hebben wij des te meer ons best gedaan om jullie te zien, met groot verlangen.
Daarom wilden wij naar jullie toe komen, ik, Paulus, zelfs meer dan eens.
Maar de satan heeft ons tegengehouden.
Maar de satan heeft ons tegengehouden.
Wat is namelijk onze hoop, onze blijdschap, onze erekroon?
Zijn jullie dat niet, voor onze Heere Jezus Christus bij Zijn komst?
Zijn jullie dat niet, voor onze Heere Jezus Christus bij Zijn komst?
Jullie zijn onze eer en blijdschap.