Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Samuel 18
Saul wordt jaloers op David
Jonathan en David
Toen David uitgesproken was met Saul, raakte Jonathan innig met David verbonden.
Jonathan hield van hem als van zichzelf.
Jonathan hield van hem als van zichzelf.
Saul nam hem die dag bij zich en liet hem niet meer terugkeren naar het huis van zijn vader.
Jonathan en David sloten een verbond, want Jonathan hield van hem als van zichzelf.
Jonathan deed de mantel uit die hij droeg, en gaf die aan David.
Ook gaf hij hem zijn kleren, en zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel.
Ook gaf hij hem zijn kleren, en zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel.
Overal waar Saul hem heen stuurde, trok David uit, en hij handelde verstandig.
Saul stelde hem aan over de strijders.
Het hele volk was blij met hem, en ook de dienaren van Saul.
Saul stelde hem aan over de strijders.
Het hele volk was blij met hem, en ook de dienaren van Saul.
Saul wordt jaloers
Toen zij terugkwamen, nadat David de Filistijn had verslagen, kwamen de vrouwen uit alle steden van Israël koning Saul tegemoet.
Zij zongen en dansten, met tamboerijnen, met vreugde en met muziekinstrumenten.
Zij zongen en dansten, met tamboerijnen, met vreugde en met muziekinstrumenten.
De vrouwen zongen tegen elkaar in terwijl zij speelden: Saul heeft er duizend verslagen, maar David tienduizend!
Toen werd Saul heel kwaad.
Hij vond dat lied slecht en zei: Aan David geven zij tienduizend, maar mij maar duizend.
Nu ontbreekt hem alleen nog het koningschap!
Hij vond dat lied slecht en zei: Aan David geven zij tienduizend, maar mij maar duizend.
Nu ontbreekt hem alleen nog het koningschap!
Vanaf die dag hield Saul David wantrouwig in het oog.
De volgende dag kwam de boze geest van God over Saul, en hij raakte in vervoering midden in het huis.
David speelde zoals elke dag op de harp.
Saul had een speer in zijn hand.
David speelde zoals elke dag op de harp.
Saul had een speer in zijn hand.
Saul wierp de speer en dacht: Ik zal David aan de muur spietsen.
Maar David ontweek hem twee keer.
Maar David ontweek hem twee keer.
Saul was bang voor David, want de HEERE was met hem, en Hij was van Saul geweken.
Daarom stuurde Saul hem bij zich weg en stelde hem aan als bevelhebber over duizend man.
Zo trok David voor het volk uit en weer in.
Zo trok David voor het volk uit en weer in.
David handelde in al wat hij deed verstandig, en de HEERE was met hem.
Toen Saul zag dat hij zo verstandig handelde, werd hij bang voor hem.
Maar heel Israël en Juda hielden van David, want hij trok voor hen uit en weer in.
David trouwt met Michal
Daarom zei Saul tegen David: Kijk, ik zal je mijn oudste dochter Merab als vrouw geven.
Wees alleen een dappere zoon voor mij en voer de oorlogen van de HEERE.
Want Saul dacht: Ik wil hem niet zelf doden.
Laat de Filistijnen dat maar doen.
Wees alleen een dappere zoon voor mij en voer de oorlogen van de HEERE.
Want Saul dacht: Ik wil hem niet zelf doden.
Laat de Filistijnen dat maar doen.
Maar David zei tegen Saul: Wie ben ik?
Wat is mijn afkomst, wat is de familie van mijn vader in Israël?
Hoe zou ik de schoonzoon van de koning kunnen worden?
Wat is mijn afkomst, wat is de familie van mijn vader in Israël?
Hoe zou ik de schoonzoon van de koning kunnen worden?
Maar toen Merab, de dochter van Saul, aan David gegeven zou worden, werd zij als vrouw gegeven aan Adriël, de Meholathiet.
Maar Michal, de dochter van Saul, hield van David.
Toen Saul dat hoorde, vond hij dat goed.
Toen Saul dat hoorde, vond hij dat goed.
Saul dacht: Ik zal haar aan hem geven, zodat zij een valstrik voor hem wordt en de Filistijnen hem doden.
Daarom zei Saul tegen David: Door de tweede dochter kun je vandaag toch mijn schoonzoon worden.
Daarom zei Saul tegen David: Door de tweede dochter kun je vandaag toch mijn schoonzoon worden.
Saul gaf zijn dienaren de opdracht: Praat in het geheim met David.
Zeg tegen hem: Kijk, de koning is op je gesteld, en al zijn dienaren houden van je.
Word dan nu de schoonzoon van de koning.
Zeg tegen hem: Kijk, de koning is op je gesteld, en al zijn dienaren houden van je.
Word dan nu de schoonzoon van de koning.
De dienaren van Saul zeiden dit tegen David.
Maar David zei: Vinden jullie het een kleinigheid om schoonzoon van de koning te worden?
Ik ben maar een arm en onbelangrijk man.
Maar David zei: Vinden jullie het een kleinigheid om schoonzoon van de koning te worden?
Ik ben maar een arm en onbelangrijk man.
De dienaren van Saul vertelden het hem: Dat heeft David gezegd.
Saul zei: Zeg tegen David: De koning wil geen bruidsprijs, maar honderd voorhuiden van de Filistijnen.
Zo kan hij zich wreken op de vijanden van de koning.
Want Saul was van plan David door de Filistijnen te laten doden.
Zo kan hij zich wreken op de vijanden van de koning.
Want Saul was van plan David door de Filistijnen te laten doden.
Zijn dienaren vertelden David deze woorden, en David vond het goed om zo schoonzoon van de koning te worden.
De afgesproken tijd was nog niet voorbij.
De afgesproken tijd was nog niet voorbij.
David ging met zijn mannen op pad en doodde 200 Filistijnen.
David bracht hun voorhuiden en leverde ze allemaal bij de koning in, om schoonzoon van de koning te worden.
Toen gaf Saul hem zijn dochter Michal als vrouw.
David bracht hun voorhuiden en leverde ze allemaal bij de koning in, om schoonzoon van de koning te worden.
Toen gaf Saul hem zijn dochter Michal als vrouw.
Saul zag en begreep dat de HEERE met David was, en dat zijn dochter Michal van hem hield.
Toen werd Saul nog banger voor David, en Saul bleef zijn hele leven de vijand van David.
Telkens als de vorsten van de Filistijnen ten strijde trokken, was David succesvoller dan alle dienaren van Saul.
Zo werd zijn naam zeer beroemd.
Zo werd zijn naam zeer beroemd.