Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Samuel 15

De HEERE verwerpt Saul

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Saul spaart Agag
Samuël zei tegen Saul: De HEERE heeft mij gestuurd om u te zalven tot koning over Zijn volk Israël.
Luister dan nu naar de woorden van de HEERE.

Zo zegt de HEERE van de legermachten: Ik heb gelet op wat Amalek Israël heeft aangedaan.
Het heeft Israël de weg versperd, toen het uit Egypte trok.

Ga nu en versla Amalek.
Sla alles wat het heeft met de ban en spaar het niet.
Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

Saul riep het volk op en telde het in Telaim.
Er waren 200.000 man voetvolk en 10.000 mannen uit Juda.
Saul kwam bij de stad van Amalek en legde mannen in hinderlaag in het dal.
Saul liet de Kenieten zeggen: Ga weg, vertrek uit het midden van de Amalekieten.
Anders kom ik met hen ook jullie te na.
Want jullie hebben goed gedaan aan alle Israëlieten, toen zij uit Egypte trokken.

Toen vertrokken de Kenieten uit het midden van de Amalekieten.
Saul versloeg de Amalekieten, van Havila tot waar je bij Sur komt, dat ten oosten van Egypte ligt.
Hij nam Agag, de koning van de Amalekieten, levend gevangen.
Maar het hele volk sloeg hij met de ban door het zwaard.
Maar Saul en het volk spaarden Agag en het beste van de schapen en runderen, het tweede beste vee en de lammeren.
Alles wat goed was, wilden zij niet met de ban slaan.
Alleen wat waardeloos en slecht was, sloegen zij met de ban.
Gehoorzamen is beter dan offeren
Toen kwam het woord van de HEERE tot Samuël:
Het spijt mij dat ik Saul koning heb gemaakt.
Want hij heeft zich van mij afgekeerd en mijn woorden niet uitgevoerd.

Samuël werd kwaad, en hij riep de hele nacht tot de HEERE.
De volgende morgen stond Samuël vroeg op om Saul te ontmoeten.
Men vertelde Samuël: Saul is naar Karmel gegaan.
Kijk, hij heeft daar een gedenkteken voor zichzelf opgericht.
Daarna is hij doorgetrokken naar Gilgal.

Toen Samuël bij Saul kwam, zei Saul tegen hem: Gezegend bent u door de HEERE!
Ik heb het woord van de HEERE uitgevoerd.

Maar Samuël vroeg: Wat is dan dat geblaat van schapen in mijn oren, en dat geloei van runderen dat ik hoor?
Saul zei: Die hebben zij van de Amalekieten meegebracht.
Het volk heeft het beste van de schapen en runderen gespaard om aan de HEERE, uw God, te offeren.
Maar de rest hebben wij met de ban geslagen.

Toen zei Samuël tegen Saul: Houd op!
Dan zal ik u vertellen wat de HEERE vannacht tegen mij gezegd heeft.

Hij zei tegen hem: Spreek.
Samuël zei: U was klein in uw eigen ogen.
Toch bent u het hoofd van de stammen van Israël geworden, en heeft de HEERE u tot koning over Israël gezalfd.

De HEERE heeft u op weg gestuurd en gezegd: Ga en sla de zondaars, de Amalekieten, met de ban.
Strijd tegen hen tot u hen hebt uitgeroeid.

Waarom hebt u dan niet naar de HEERE geluisterd?
Waarom hebt u zich op de buit gestort en gedaan wat slecht is in de ogen van de HEERE?

Saul zei tegen Samuël: Ik heb toch naar de HEERE geluisterd!
Ik ben de weg gegaan waarop de HEERE mij gestuurd heeft.
Ik heb Agag, de koning van de Amalekieten, meegebracht, en de Amalekieten heb ik met de ban geslagen.

Maar het volk heeft van de buit schapen en runderen genomen, het beste van wat met de ban geslagen was.
Dat wilde het in Gilgal aan de HEERE, uw God, offeren.

Maar Samuël zei: Heeft de HEERE evenveel vreugde in brandoffers en slachtoffers als in gehoorzaamheid aan Zijn stem?
Kijk, gehoorzamen is beter dan offeren, luisteren is beter dan het vet van rammen.

Want ongehoorzaamheid is als de zonde van toverij, en tegenstreven is als afgoderij en beeldendienst.
Omdat u het woord van de HEERE verworpen hebt, heeft Hij u verworpen als koning.

Toen zei Saul tegen Samuël: Ik heb gezondigd, want ik heb het bevel van de HEERE en uw woorden overtreden.
Ik was bang voor het volk en heb naar hen geluisterd.

Vergeef mij nu toch mijn zonde.
Keer met mij terug, zodat ik de HEERE kan aanbidden.

Maar Samuël zei tegen Saul: Ik ga niet met u terug.
Want u hebt het woord van de HEERE verworpen, en daarom heeft de HEERE u verworpen als koning over Israël.

Toen Samuël zich omdraaide om weg te gaan, greep Saul de slip van zijn mantel, en die scheurde.
Samuël zei tegen hem: De HEERE heeft vandaag het koningschap over Israël van u afgescheurd.
Hij heeft het gegeven aan een ander, die beter is dan u.

Hij Die de roem van Israël is, liegt niet en heeft geen spijt.
Want Hij is geen mens, dat Hij spijt zou krijgen.

Saul zei: Ik heb gezondigd.
Maar eer mij nu toch voor de oudsten van mijn volk en voor Israël.
Keer met mij terug, zodat ik de HEERE, uw God, kan aanbidden.

Toen ging Samuël met Saul mee terug, en Saul aanbad de HEERE.
Samuël zei: Breng Agag, de koning van de Amalekieten, bij mij.
Agag kwam vol goede moed naar hem toe.
Agag zei: De bitterheid van de dood is echt voorbij!
Maar Samuël zei: Zoals jouw zwaard vrouwen kinderloos heeft gemaakt, zo zal jouw moeder onder de vrouwen kinderloos worden.
Toen hakte Samuël Agag in stukken voor de HEERE in Gilgal.
Daarna ging Samuël naar Rama, en Saul ging naar zijn huis in Gibea, de stad van Saul.
Samuël zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood.
Toch treurde Samuël om Saul.
En het speet de HEERE dat Hij Saul koning over Israël had gemaakt.

Download hoofdstuk als tekstbestand