Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Kronieken 29

De gaven voor de tempel en het gebed van David

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
David roept op tot geven
Koning David zei tegen de hele vergadering: God heeft mijn zoon Salomo als enige uitgekozen.
Hij is nog jong en onervaren, en dit werk is groot.
Het is namelijk geen paleis voor een mens, maar voor God, de HEERE.

Ik heb met al mijn kracht voor het huis van mijn God gezorgd.
Er is goud voor het gouden werk, zilver voor het zilveren, koper voor het koperen, ijzer voor het ijzeren en hout voor het houten werk.
Verder onyxstenen, stenen om in te zetten, sierstenen, stenen in allerlei kleuren, allerlei kostbare stenen en heel veel marmer.

En omdat ik het huis van mijn God liefheb, geef ik daar mijn eigen goud en zilver bovenop.
Dat komt naast alles wat ik al klaargelegd heb.

Het gaat om ongeveer honderd ton goud uit Ofir en 240 ton gezuiverd zilver, om de wanden van de gebouwen te bekleden.
Er is goud voor het gouden werk en zilver voor het zilveren, en voor alles wat de vaklieden maken.
Wie wil er vandaag vrijwillig zijn handen vullen voor de HEERE?

Het volk geeft vrijwillig
Toen gaven de familiehoofden en de leiders van de stammen van Israël vrijwillig hun gaven.
Ook de aanvoerders van duizend en honderd man en de opzichters van het werk van de koning gaven.
Voor de dienst van het huis van God gaven zij ongeveer 170 ton goud en tienduizend gouden munten.
Verder 340 ton zilver, 610 ton koper en 3.400 ton ijzer.
Wie edelstenen had, gaf die voor de schat van het huis van de HEERE, onder beheer van Jehiël uit de familie Gerson.
Het volk was blij dat er zo vrijwillig gegeven werd.
Zij gaven met een toegewijd hart aan de HEERE, en ook koning David was heel blij.
Het gebed van David
Daarom prees David de HEERE waar de hele vergadering bij was.
Hij zei: Geprezen bent U, HEERE, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Van U, HEERE, is de grootheid, de kracht, de glorie, de overwinning en de majesteit.
Alles in de hemel en op de aarde is van U.
Van U, HEERE, is het koningschap, en U bent verheven als hoofd boven alles.

Rijkdom en eer komen van U, en U heerst over alles.
In uw hand is kracht en macht, en het ligt in uw hand om iemand groot en sterk te maken.

Nu dan, onze God, wij danken U en prijzen uw glorierijke naam.
Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de kracht zouden hebben om zo vrijwillig te geven?
Alles komt immers van U, en wij geven U wat wij uit uw hand ontvangen hebben.

Wij zijn vreemdelingen en gasten voor U, net als al onze voorouders.
Onze dagen op aarde zijn als een schaduw, zonder hoop op blijvend bestaan.

HEERE, onze God, al deze rijkdom die wij bijeengebracht hebben om U een huis te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand.
Het is allemaal van U.

Ik weet, mijn God, dat U het hart toetst en dat U blij bent met oprechtheid.
Met een oprecht hart heb ik dit alles vrijwillig gegeven.
En nu heb ik met vreugde gezien hoe uw volk hier vrijwillig aan U geeft.

HEERE, God van onze voorouders Abraham, Izak en Israël, bewaar dit voor altijd in het hart van uw volk.
Richt hun hart op U.

Geef mijn zoon Salomo een toegewijd hart om uw geboden, uw getuigenissen en uw wetten te houden.
Laat hem dit alles doen en het paleis bouwen dat ik heb voorbereid.

Salomo tot koning gezalfd
Daarna zei David tegen de hele vergadering: Prijs nu de HEERE, uw God.
Toen prees de hele vergadering de HEERE, de God van hun voorouders.
Zij bogen hun hoofd en knielden neer voor de HEERE en voor de koning.
De volgende morgen brachten zij offers en brandoffers voor de HEERE: duizend stieren, duizend rammen en duizend lammeren, met de drankoffers erbij.
Er waren nog veel meer offers voor heel Israël.
Die dag aten en dronken zij met grote vreugde voor de HEERE.
Zij maakten Salomo, de zoon van David, voor de tweede keer koning.
Zij zalfden hem voor de HEERE tot vorst, en Zadok tot priester.
Zo ging Salomo op de troon van de HEERE zitten, als koning in de plaats van zijn vader David.
Het ging hem goed, en heel Israël luisterde naar hem.
Alle leiders en helden, en ook alle zonen van koning David, onderwierpen zich aan koning Salomo.
De HEERE maakte Salomo heel groot in de ogen van heel Israël.
Hij gaf hem een koninklijke majesteit zoals geen koning van Israël voor hem gehad had.
Het einde van Davids regering
Zo heeft David, de zoon van Isaï, over heel Israël geregeerd.
Hij regeerde veertig jaar over Israël: zeven jaar in Hebron en 33 jaar in Jeruzalem.
Hij stierf op hoge leeftijd, verzadigd van dagen, rijkdom en eer.
Zijn zoon Salomo werd koning in zijn plaats.
De geschiedenis van koning David staat van begin tot eind beschreven.
Dat is te lezen in de geschriften van de ziener Samuël, van de profeet Nathan en van de ziener Gad.
Daar staat alles over zijn koningschap en zijn macht.
Ook staat er wat er in zijn tijd gebeurde met hem, met Israël en met alle koninkrijken van de landen.

Download hoofdstuk als tekstbestand