Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Kronieken 20

Rabba ingenomen en de reuzen verslagen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
De inname van Rabba
In het voorjaar, de tijd waarin koningen ten strijde trekken, voerde Joab het leger aan.
Hij verwoestte het land van de Ammonieten, trok op en belegerde Rabba.
David bleef zelf in Jeruzalem.
Joab veroverde Rabba en verwoestte de stad.
David nam hun koning de kroon van het hoofd.
Die woog ongeveer 34 kilo goud en er zat een edelsteen in.
De kroon werd op het hoofd van David gezet.
Ook nam hij heel veel buit uit de stad mee.
De bevolking voerde hij weg en zette hij aan het werk met zagen, ijzeren dorssleden en bijlen.
Zo deed David met alle steden van de Ammonieten.
Daarna keerde hij met het hele leger terug naar Jeruzalem.
De strijd tegen de reuzen
Daarna kwam het bij Gezer tot een oorlog met de Filistijnen.
Toen versloeg Sibchai uit Husa een zekere Sippai, een afstammeling van Rafa, en de Filistijnen werden onderworpen.
Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen.
Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath.
De schacht van diens speer was als een weversboom.
Weer was er oorlog, nu bij Gath.
Daar was een reus van een man, met zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet, 24 in totaal.
Ook hij stamde van Rafa af.
Hij hoonde Israël, maar Jonathan, de zoon van Simea, de broer van David, versloeg hem.
Zij stamden allemaal van Rafa uit Gath af, en zij sneuvelden door de hand van David en zijn mannen.

Download hoofdstuk als tekstbestand