Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Kronieken 13
De ark wordt gehaald
David overlegt met het volk
David overlegde met de aanvoerders van duizend en van honderd man, en met alle leiders.
Hij zei tegen de hele volksvergadering van Israël: Als u het goedvindt, en als de HEERE onze God het wil, laten wij dan boden sturen.
Laten wij de rest van onze verwanten in alle delen van Israël bijeenroepen, en ook de priesters en Levieten in hun steden met hun weidegronden.
Laten zij zich bij ons voegen.
Laten wij de rest van onze verwanten in alle delen van Israël bijeenroepen, en ook de priesters en Levieten in hun steden met hun weidegronden.
Laten zij zich bij ons voegen.
Laten wij de ark van onze God terughalen.
In de tijd van Saul hebben wij ons daar namelijk niet om bekommerd.
In de tijd van Saul hebben wij ons daar namelijk niet om bekommerd.
De hele volksvergadering zei dat zij dat zouden doen, want het hele volk vond het een goed plan.
Toen riep David heel Israël bijeen, van de beek van Egypte tot bij Hamath, om de ark van God uit Kirjath-Jearim te halen.
De tocht met de ark
David trok met heel Israël op naar Baäla, dat is Kirjath-Jearim in Juda.
Daar wilde hij de ark van God vandaan halen.
Dat is de ark van de HEERE, die tussen de cherubs woont en naar wie zij genoemd is.
Daar wilde hij de ark van God vandaan halen.
Dat is de ark van de HEERE, die tussen de cherubs woont en naar wie zij genoemd is.
Zij vervoerden de ark van God op een nieuwe wagen uit het huis van Abinadab.
Uza en Ahio menden de wagen.
Uza en Ahio menden de wagen.
David en heel Israël dansten uitbundig voor God, met liederen, harpen, luiten, tamboerijnen, cimbalen en trompetten.
De dood van Uza
Bij de dorsvloer van Chidon strekte Uza zijn hand uit om de ark vast te houden, want de runderen struikelden.
Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Uza.
Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand naar de ark had uitgestrekt, en Uza stierf daar voor het aangezicht van God.
Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand naar de ark had uitgestrekt, en Uza stierf daar voor het aangezicht van God.
David was ontdaan omdat de HEERE zo hard tegen Uza was uitgevallen.
Daarom heet die plaats tot vandaag toe Perez-Uza.
Daarom heet die plaats tot vandaag toe Perez-Uza.
Die dag werd David bang voor God.
Hij zei: Hoe kan ik de ark van God ooit bij mij brengen?
Hij zei: Hoe kan ik de ark van God ooit bij mij brengen?
Daarom liet David de ark niet bij zich in de Stad van David brengen.
Hij liet die uitwijken naar het huis van Obed-Edom uit Gath.
Hij liet die uitwijken naar het huis van Obed-Edom uit Gath.
Zo bleef de ark van God drie maanden bij het gezin van Obed-Edom, in zijn huis.
En de HEERE zegende het huis van Obed-Edom en alles wat hij had.
En de HEERE zegende het huis van Obed-Edom en alles wat hij had.