Open Parafrase Weergave (proef). Bijbeltekst: publiek domein. ## Openbaring 2 — Brieven aan vier gemeenschappen 1. Schrijf aan de engel van de gemeenschap in Efeze. Dit zegt Hij die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden kandelaars loopt. 2. Ik ken je werken, je inzet en je volharding. Ik weet dat je slechte mensen niet kunt verdragen. Je hebt getoetst wie zeggen dat zij apostel zijn, terwijl zij dat niet zijn, en je hebt hen als leugenaars ontmaskerd. 3. Je hebt volgehouden en veel verdragen. Je hebt gewerkt om mijn Naam en je bent niet moe geworden. 4. Maar ik heb dit tegen je: je hebt je eerste liefde verlaten. 5. Bedenk dus van welke hoogte je gevallen bent. Bekeer je en doe weer de eerste werken. Doe je dat niet, dan kom ik snel naar je toe en haal ik je kandelaar van zijn plaats, als je je niet bekeert. 6. Maar dit heb je wel: je haat de werken van de Nikolaïeten, die ik ook haat. 7. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenschappen zegt. Wie overwint, zal ik te eten geven van de boom van het leven, die in het paradijs van God staat. 8. Schrijf aan de engel van de gemeenschap in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en weer levend geworden is. 9. Ik ken je verdrukking en je armoede, en toch ben je rijk. Ik ken de laster van wie zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan. 10. Wees niet bang voor wat je zult lijden. Kijk, de duivel zal sommigen van jullie in de gevangenis gooien om jullie te beproeven. Tien dagen lang zullen jullie verdrukking hebben. Wees trouw tot de dood, dan geef ik je de krans van het leven. 11. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenschappen zegt. Wie overwint, zal niet geraakt worden door de tweede dood. 12. Schrijf aan de engel van de gemeenschap in Pergamum: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft. 13. Ik ken je werken en weet waar je woont: daar waar de troon van de satan staat. Toch houd je vast aan mijn Naam. Je hebt het geloof in mij niet verloochend. Ook niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die bij jullie gedood is, waar de satan woont. 14. Maar ik heb een paar dingen tegen je. Bij jou zijn mensen die vasthouden aan de leer van Bileam. Hij leerde Balak hoe hij de Israëlieten kon laten struikelen, zodat zij offervlees zouden eten en ontucht plegen. 15. Zo heb ook jij mensen die vasthouden aan de leer van de Nikolaïeten, en die haat ik. 16. Bekeer je dus. Doe je dat niet, dan kom ik snel naar je toe en zal ik tegen hen strijden met het zwaard uit mijn mond. 17. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenschappen zegt. Wie overwint, zal ik te eten geven van het verborgen manna. Ik zal hem ook een witte steen geven, met daarop een nieuwe naam die niemand kent, behalve wie hem krijgt. 18. Schrijf aan de engel van de gemeenschap in Thyatira. Dit zegt de Zoon van God. Hij heeft ogen als een vlam van vuur en voeten als glanzend koper. 19. Ik ken je werken, je liefde, je dienst, je geloof en je volharding. En je laatste werken zijn beter dan je eerste. 20. Maar ik heb tegen je dat je de vrouw Izebel haar gang laat gaan. Zij noemt zichzelf profetes en leert mijn dienaren om ontucht te plegen en offervlees te eten. 21. Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren van haar ontucht, en zij heeft zich niet bekeerd. 22. Kijk, ik werp haar op een ziekbed. En wie met haar overspel plegen, breng ik in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van haar werken. 23. Haar kinderen zal ik door de dood treffen. Dan zullen alle gemeenschappen weten dat ik het ben die nieren en harten onderzoekt. En ik zal ieder van jullie geven naar zijn werken. 24. Maar tegen de anderen in Thyatira zeg ik dit. Jullie hebben deze leer niet en kennen de diepten van de satan niet, zoals zij dat noemen. Ik leg jullie geen andere last op. 25. Houd alleen vast wat jullie hebben, totdat ik kom. 26. Wie overwint en mijn werken tot het einde bewaart, zal ik macht geven over de volken. 27. Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en ze verbrijzelen als potten van een pottenbakker. Zo heb ik het ook van mijn Vader gekregen. 28. En ik zal hem de morgenster geven. 29. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenschappen zegt.