Open Parafrase Weergave (proef). Bijbeltekst: publiek domein. ## Henoch 84 — Het gebed van Henoch 1. En ik hief mijn handen op in gerechtigheid en zegende de Heilige en Grote. En ik sprak met de adem van mijn mond en met de tong van vlees, die God gemaakt heeft voor de mensenkinderen om ermee te spreken. En Hij gaf hun adem en een tong en een mond om ermee te spreken: 2. Gezegend bent U, Heere, Koning, groot en machtig in Uw grootheid, Heere van heel de schepping van de hemel, Koning van de koningen en God van heel de wereld. En Uw Godheid en Uw koninkrijk en Uw grootheid blijven tot in eeuwigheid en tot in alle eeuwen, en van generatie op generatie duurt Uw heerschappij. En heel de hemel is Uw troon tot in eeuwigheid, en heel de aarde de voetenbank van Uw voeten tot in eeuwigheid en tot in alle eeuwen. 3. Want U hebt alles gemaakt en U regeert over alles, en geen werk is U te zwaar, en geen enkele wijsheid ontgaat U. En zij wijkt niet af van de plaats waar U woont en niet van Uw aangezicht. En U kent alle dingen en U ziet en hoort, en er is niets voor U verborgen, want U ziet alles. 4. En nu overtreden de engelen van Uw hemel, en op het vlees van de mensen rust Uw toorn, tot aan de grote dag van het oordeel. 5. En nu, God en Heere en grote Koning, smeek en bid ik dat U mijn gebed voor mij bevestigt, dat U voor mij nakomelingen op de aarde overlaat, dat U niet alle mensen vernietigt en de aarde niet leeg maakt, zodat er verderf zou zijn tot in eeuwigheid. 6. En nu, mijn Heere, vaag van de aarde weg wat Uw toorn gewekt heeft. Maar wat rechtvaardig en eerlijk is, bevestig dat als een plant van eeuwig zaad, en verberg Uw aangezicht niet voor het gebed van Uw knecht, Heere.