Open Parafrase Weergave (proef). Bijbeltekst: publiek domein. ## Boek der Wijsheid 2 — Wat de goddelozen tegen elkaar zeggen 1. Want zij hebben dit zo overlegd en zeggen tegen elkaar: Ons leven is kort en moeilijk. Er is geen genezing tegen de dood van een mens, en niemand is bekend die uit het dodenrijk is teruggekomen. 2. Want wij zijn bij toeval geboren, en straks zullen wij zijn alsof wij er nooit geweest waren. Want de adem in onze neus is rook, en het denken is een vonk die opkomt uit het kloppen van ons hart. 3. Wanneer die vonk gedoofd is, wordt het lichaam as en wordt onze geest verspreid als de wijde lucht. 4. Onze naam raakt na een tijd vergeten, en niemand zal aan onze daden denken. Ons leven gaat voorbij als de sporen van een wolk, en het wordt uiteengejaagd als een nevel die door de stralen van de zon wordt achternagezeten en door haar hitte wordt weggedrukt. 5. Want onze tijd is een schaduw die voorbijgaat, en er is geen terugkeer uit onze dood, want die is verzegeld en niemand komt terug. 6. Kom dan, laten wij genieten van het goede dat er nu is, en laten wij snel gebruiken wat wij hebben, zoals in onze jeugd. 7. Laten wij ons volgieten met dure wijn en zalf, en laat de bloei van de lente niet aan ons voorbijgaan. 8. Laten wij ons kronen met rozenknoppen voordat zij verwelken. 9. Niemand van ons mag buiten onze overmoed blijven. Laten wij overal sporen van onze weelde achterlaten, want dit is ons deel en dit is ons lot. 10. Laten wij de arme rechtvaardige overweldigen. Laten wij de weduwen niet sparen en de grijze haren van de oude man niet ontzien. 11. Laat onze kracht de wet van het recht zijn, want wat zwak is, blijkt nutteloos. 12. Laten wij op de rechtvaardige loeren, want hij is lastig voor ons. Hij verzet zich tegen wat wij doen, hij verwijt ons de zonden tegen de wet en hij maakt ons te schande om hoe wij leven. 13. Hij doet alsof hij God kent en hij noemt zichzelf een kind van de Heere. 14. Hij is voor ons een bewijs geworden tegen onze gedachten. 15. Hij valt ons zwaar, zelfs om naar te kijken, want zijn leven is anders dan dat van anderen, en zijn wegen zijn heel anders. 16. Hij vindt ons vals zilver. Hij houdt zich ver van onze wegen als van iets onreins. Hij prijst het einde van de rechtvaardigen gelukkig en hij schept op dat God zijn vader is. 17. Laten wij kijken of zijn woorden waar zijn, en laten wij opletten hoe het met hem afloopt. 18. Want als de rechtvaardige een zoon van God is, zal God hem te hulp komen en hem redden uit de hand van wie tegen hem zijn. 19. Laten wij hem met beledigingen en pijniging onderzoeken, zodat wij weten hoe rustig hij is en hoeveel hij kan verdragen. 20. Laten wij hem tot een schandelijke dood veroordelen, want er zal voor hem gezorgd worden, zoals hij zegt. 21. Dit hebben zij bedacht, maar zij hebben zich vergist, want hun boosheid heeft hen blind gemaakt. 22. Zij begrijpen de geheimen van God niet. Zij hopen niet op het loon van de heiligheid en zij tellen de eer van de onberispelijke zielen niet. 23. Want God heeft de mens geschapen om niet te vergaan, en Hij heeft hem gemaakt als een beeld van Zijn eigen wezen. 24. Maar door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen, en wie bij hem horen, proeven die.