Open Parafrase Weergave (proef). Bijbeltekst: publiek domein. ## Amos 9 — De vervallen hut van David 1. Ik zag de Heere bij het altaar staan. Hij zei: Sla tegen de kapitelen, zodat de drempels beven. Sla ze allemaal op het hoofd. Wie overblijft, dood ik met het zwaard. Niemand van hen zal wegkomen en niemand zal ontsnappen. 2. Al zouden zij tot in het dodenrijk graven, mijn hand zou hen daar weghalen. Al zouden zij naar de hemel klimmen, ik zou hen vandaar naar beneden halen. 3. Al zouden zij zich verbergen op de top van de Karmel, ik zou hen opsporen en weghalen. Al zouden zij zich voor mijn ogen op de bodem van de zee verstoppen, dan zou ik daar een slang bevelen om hen te bijten. 4. Al zouden zij voor hun vijanden uit in ballingschap gaan, dan zou ik daar het zwaard bevelen om hen te doden. Ik zal mijn oog op hen richten ten kwade en niet ten goede. 5. Want de Heere HEERE van de legermachten raakt het land aan en het smelt. Iedereen die er woont, treurt. Het komt helemaal op als de Nijl en zakt weer weg, als de rivier van Egypte. 6. Hij bouwt Zijn opperzalen in de hemel en grondvest Zijn gewelf op de aarde. Hij roept het water van de zee en giet het uit over de aarde. HEERE is Zijn naam. 7. Zijn jullie voor mij niet als de Ethiopiërs, Israëlieten, zegt de HEERE? Heb ik Israël niet uit Egypte geleid, de Filistijnen uit Kafthor en de Syriërs uit Kir? 8. Kijk, de ogen van de Heere HEERE zijn gericht tegen dit zondige koninkrijk. Ik zal het van de aardbodem verdelgen. Toch zal ik het huis van Jakob niet helemaal verdelgen, zegt de HEERE. 9. Want kijk, ik geef bevel. Ik zal het volk van Israël onder alle volken schudden zoals men graan in een zeef schudt. Maar geen steentje zal op de grond vallen. 10. Alle zondaars van mijn volk zullen door het zwaard sterven. Zij zeggen: het kwaad zal ons niet raken en ons niet overkomen. 11. Op die dag zal ik de vervallen hut van David weer oprichten. Ik zal haar scheuren dichten en herstellen wat afgebroken is. Ik zal haar opbouwen zoals in vroeger dagen. 12. Dan zullen zij in bezit nemen wat er van Edom over is. Ook alle volken over wie mijn naam is uitgeroepen, zegt de HEERE, die dit doet. 13. Kijk, er komen dagen, zegt de HEERE, dat de ploeger de maaier inhaalt en de druiventreder de zaaier. De bergen zullen druipen van zoete wijn en alle heuvels zullen ervan overvloeien. 14. Ik zal het lot van mijn volk Israël keren. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en erin wonen. Zij zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken. Zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten. 15. Ik zal hen planten in hun eigen land. Zij zullen nooit meer uitgerukt worden uit het land dat ik hun gegeven heb, zegt de HEERE, jullie God.